En dan gaat het er niet meer over..

Uitgelicht

Ik zap aan het einde van de dag altijd even langs de verschillende zenders op TV. Zo kom ik dan ook langs bij CNN en blijf daar vaak ook even hangen. Ik kan niet helemaal terug halen wat het moment was dat het op die zender 24 uur per dag, 7 dagen per week, en dat gedurende langere tijd eigenlijk alleen maar ging over COVID-19 en hoe we wereld en de Verenigde Staten daar mee om gingen. Niet alle items waren voor mij altijd even begrijpelijk of boeiend, maar wat me bij is gebleven was de balk aan de rechterkant van het scherm, waarop 4 getallen werden getoond: Het aantal gerapporteerde besmettingen en het aantal overlijdensgevallen als gevolg van Corona wereldwijd, en het aantal besmettingen en het aantal overlijdensgevallen in de Verenigde Staten.

Wat me bij is gebleven is dat ik, zonder vooropgezet doel, de getallen van de dag probeerde te onthouden om ze daarna te vergelijken met de getallen van de vorige dag. Wat me bij is gebleven, los van de manier waarop verschillende regeringen in verschillende landen met de situatie omgingen, is het gevoel dat het bij mij opriep. Jemig, ze krijgen het daar, in de VS, wel voor de kiezen…

Ook in de wereld buiten CNN, gewoon in het dagelijks leven, ging het er over. Over de besmettingen en de sterfgevallen. Over anderhalve meter en mondkapjes. Over gezondheid en economie. Of je nu de TV aanzet en langs de Nederlandse zenders zapt, je kunt er bijna niet aan ontkomen. COVID-19 en alles wat daarbij hoort bepaalt ons leven.

En dan verandert plotseling het beeld. Vanaf 25 mei, van de ene op de andere dag, van het ene op het andere moment gaat het nauwelijks – en later zelfs gewoon niet – meer over over Corona, COVID-19, het aantal besmettingen, het aantal sterfgevallen, over de zoektocht naar het vaccin en verder alles wat daar mee te maken heeft. Plotseling gaat het op CNN alleen nog maar over George Floyd. En alles wat daar mee te maken heeft.

En in de wereld buiten CNN, gewoon in het dagelijks leven, gaat het daar ook over. Over de woede, de boosheid, over etnisch profileren. Over protesteren en plunderen. Of je nu luistert naar of deelneemt aan een gesprek, of je nu de TV aanzet en langs de Nederlandse zenders zapt, je kunt er bijna niet aan ontkomen. George Floyd en alles wat daarbij hoort bepaalt ons leven.

George Floyd is het nieuwe Corona.

Ik realiseer terdege dat ik een risicovolle weg wil bewandelen. The Slippery Slope. Ik realiseer me dat de mogelijkheid bestaat dat wat ik opschrijf niet bij iedereen in goede aarde kan vallen. Niet het risico aangaan zou een oplossing zijn. Maar het zou ook betekenen dat ik, liever dan het aan te gaan, er voor kies om weg te kijken. Het zou betekenen dat ik, liever dan het in zijn volle omvang te willen zien, er voor kies om te bagatelliseren. Het zou betekenen dat ik, liever dan me uit te spreken en te leiden, er voor kies om stil te blijven en te volgen. Voorlopig is dat een risico dat ik wil aangaan. Ik heb altijd de mogelijkheid om de risicovolle passages weg te laten, om het onderzoek waar ik zo behoefte aan heb – waarom doen we zoals we doen – niet publiekelijk aan te gaan. Ik heb altijd de mogelijkheid om deze blog uiteindelijk niet te posten.

Ik realiseer me ook dat aangaan én wegkijken, volledig willen zien én bagatelliseren, uitspreken én stil zijn, leiden én volgen, geen elkaar uitsluitende posities hoeven te zijn. Dat het heel goed zou kunnen dat ze er beiden zijn. Dat ze er allemaal kunnen zijn. Ik realiseer me ook dat het beiden toelaten niet the easy way out is. Het toelaten van beiden, het verbinden van twee schijnbaar tegengestelden, vraagt inspanning. Vraagt het toelaten van die andere positie – welke die ook is – die je liever niet zou zien, zou willen innemen, zou willen erkennen als deel van jou. Als deel van mij…

Onderzoeken is een doorgaand proces. Het is iets wat ergens begint en vanaf dat moment als een stroom verder gaat. Er is geen eindpunt. Geen moment dat het onderzoek afgerond is. Er is altijd nieuwe informatie. Er zijn altijd nieuwe inzichten. Iets over de bevindingen van het onderzoek zeggen is daarom ook niet meer dan het onderzoek even pauzeren, een schermafbeelding maken, en dan weer verder gaan. Het als het proberen iets te zeggen over een pijl die afgeschoten is. Op enig moment kan je daar de plaats van bepalen, maar niet de snelheid. Of de snelheid, maar niet de plaats. Zodra je stil gaat staan, weet je dat je de voortgaande beweging mist…

Er zijn van die momenten dat je plotseling diep ontroert bent of wordt. Zonder dat je het ziet aankomen stromen zonder ophouden de tranen over je wangen. Ik ken twee van die gebeurtenissen. De ene is het moment dat ik, een aantal weken voordat ik zou trouwen, in de auto op de radio plotseling Brief aan iemand die ik nooit heb gekend van Van Dik Hout hoorde. Het andere moment, ook in de auto, ook op de radio, Zie die Leeuwinnen van Claudia de Breij. Het ene over de liefde en de zorg voor een ander. De ander over het potentieel dat er is, kan en mag zijn.

Tijdens de momenten dat ik – bewust of onbewust – met het onderzoek bezig ben, of het onderzoek met mij bezig is, is er een derde gebeurtenis. En weer stromen de tranen over mijn wangen. Niet om de liefde en de zorg. Niet om het potentieel. Maar om de angst. Om de angst dat het maken van het onderscheid, de be- en veroordeling op grond van ras, kleur, achtergrond, historie, geloof óók in mij is.

Wat ik me realiseer is dat de boosheid, de woede, de roep om verandering, zowel in de Verenigde Staten als wereldwijd, vooral gericht is op de politie, op Law & Order en op de mensen en instanties die verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van George Floyd. Ze gaan niet of nauwelijks over de vraag wat het is dat dit mogelijk heeft gemaakt. Het gaat niet of nauwelijks over mij. Tot dat – althans in Nederland – Mark Rutte, tijdens een van zijn persconferenties zichzelf in de ogen lijkt te kijken…

Niet alleen de Verenigde Staten, maar ook Nederland kent “systemische problemen” met racisme en discriminatie. “Dit is niet alleen een Amerikaans fenomeen”, zei premier Mark Rutte dinsdag 2 juni in reactie op de antiracismedemonstraties. Systemisch, als in: verschillende lagen rakend, bewust en onbewust, verbonden (hoewel het afgescheiden lijkt te zijn…) in een lange historie.

Ook CNN benoemt dat wat zich nu toont systemisch: The death of George Floyd in the latest example of police brutality has drawn tens of thousands of people onto the streets and caused some Americans to launch a fresh appraisal of the systemic racism and bias black Americans experience in this country.

En omdat ik onderdeel ben van het systeem, ben ik ook onderdeel van het probleem. Op het moment dat ik dat zie en voel, stromen de tranen over mijn wangen. Niet uit verdriet. Maar uit angst. En met de vraag: Is de angst voor mijn racisme de zelfde angst voor mijn corona?

Wordt vervolgd?

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Woorden bij een afscheid

24 Juni 2020 overleed Ruud Koebrugge, mijn schoonvader. 29 Juni 2020 herinnerden, herdachten en vierden we in besloten kring zijn leven én de dood. Bij die gelegenheid heb ik, op verzoek van Ruud en met warme steun van de familie, de laatste woorden gesproken. En luisterden we samen naar muziek die ons verbond met Ruud en die door hemzelf, door zijn vrouw, door zijn kinderen en kleinkinderen, werd aangereikt.

Uit oogpunt van privacy heb ik de woorden van anderen hier weggelaten. Het is niet aan mij om hun woorden hier te publiceren.


Intro met Muziek – Avé Maria (Bach / Gounod)


Welkom

Ruud Koebrugge, echtgenoot, vader, opa.

Ruud Koebrugge, echtgenoot van G.

Ruud Koebrugge, vader van R., H. en B.

Ruud Koebrugge, opa ván S., M. en B., opa vóór N.

Ruud Koebrugge, schoonvader van R., H. en L.

Maar ook …

Ruud Koebrugge, zoon van R. en A.

Ruud Koebrugge, leraar bij de Dokter Schaepman Stichting

Ruud Koebrugge, vrijwilliger bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk, het Kerkkoor St. Ceacilia, Veilig Verkeer Nederland en de Historische Vereniging Old Hengel

Ruud Koebrugge, zoon van Goor, zoon van Twente, woonachtig in Hengelo

Ruud Koebrugge, vriend en buurman


Namens G., de kinderen en kleinkinderen heet ik u van harte welkom. Ik nodig u uit om samen met ons, hier vandaag het leven én de dood van Ruud te gedenken, te herdenken en te vieren. In heel zijn omvang. Met alles wat daarbij hoort.

Dat gedenken, herdenken en vieren zullen we doen aan de hand van persoonlijke verhalen over, ervaringen met, en herinneringen aan Ruud. Verhalen die we al langer kenden, verhalen die de afgelopen dagen zijn ontstaan door het gesprek met elkaar aan te gaan. Afgewisseld met muziek die ons allemaal, op verschillende manieren, verbindt met Ruud. Aangereikt door hemzelf, door G., door R., door H., door B. Aangereikt door S. en M. Zo herinnert het Ave Maria, dat u bij binnenkomst hoorde aan Ruud’s betrokkenheid bij het kerkkoor Sint Caecilia.

Kortgeleden vierden we met Ruud samen zijn 89e verjaardag. Met koffie en gebak. Maar zonder kaarsjes op de taart. Dat verzuim willen we hier, samen met elkaar, vandaag goedmaken.

Mag ik G., R., H. en H., B. en L., S., M., B. en N. vragen om dit samen te doen?


Aansteken van de kaarsen


Muziek:  Intro Studio Sport – Metropool Orkest


Twee verhalen

Ruud was een enorme sportliefhebber. Voetbal, wielrennen, atletiek. En die liefde voor de sport verbond hij met de liefde voor Twente. Van iedere sporter die voorbijkwam wist hij waar diens wortels lagen. Die is van Hengelo, van Enschede, van Borne, van Goor. Van voetballers die inmiddels een andere club hadden wist hij te melden dat die vroeger in of bij Twente hadden gespeeld.

Ik kom niet uit Twente. Ik kom uit de Randstad, uit Den Haag en omstreken. Maar door Ruud ben ik wel van Twente gaan houden. Ik was geen fan van FC Twente, maar door Ruud ben ik dat wel geworden. Samen gingen we ook naar de voetbalwedstrijden tussen FC Twente en ADO uit Den Haag. Soms uit, soms thuis. Maar altijd samen voor Twente.

En soms is dat risicovol. Zeker als je in het ADO-stadion terecht komt in het thuis-vak, tussen hardcore ADO-fans. Het risico neemt toe als FC Twente vóór komt, en het hele vak blijft zitten. Behalve Ruud. Die springt op. Het risico groeit als ADO scoort en het hele vak opspringt. Behalve Ruud. Als het uiteindelijk 1-2 wordt voor FC Twente blijft Ruud zitten. Hij is een snelle leerling…

Het tweede verhaal is aangereikt door B. en zoals eerder beschreven hier weggelaten.


Muziek: Father to Son – Phil Collins


Vader zijn

Als vader van een zoon doe je andere dingen dan als vader van een dochter, in dit geval zelfs van twee dochters. Met een zoon ga je voetballen, ga je naar het voetballen toe, zing je samen en uit volle borst “Eenmaal zullen wij de Kampioenen zijn”. Samen ga je een biertje drinken. Samen ben je onderdeel van de Scouting, waar hij eerder, in zijn jeugd, zelf al bij de Padvinderij had gezeten.

Samen met een zoon is anders dan samen met een dochter. Niet beter of slechter, niet meer of minder. Anders.


Muziek: Papa – Stef Bos


Stef Bos zingt over de relatie met zijn vader. Papa, ik hou steeds meer van jou en Papa, ik lijk steeds meer op jou. Door het kiezen van de woorden steeds meer geeft hij uiting aan groei en verandering.


 Leraar zijn en Leerling worden

Ruud hield heel erg van zijn eigen plek, zijn eigen plaats, de grond onder zijn voeten waar hij geboren en getogen is, waar hij geleefd heeft en waar hij ook zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

Ruud was ook een man van “wederkerigheid”. Hij leerde graag aan zijn kinderen hoe je in het leven kon staan. Niet hoe je in het leven moest staan. Maar ook leerde hij van zijn kinderen hoe je in het leven kon staan. Misschien wel het belangrijkste wat hij aan en van zijn kinderen leerde was de vrijheid om je eigen weg te gaan. Ruud was “een leven lang leren” avant-la-lettre.


Opa worden en zijn

Niemand is altijd dezelfde. Wie en hoe je bent wordt bepaald door waar je vandaan komt en door wat je meemaakt. Door wat je geeft en wat je neemt. En dus werd Ruud een andere man toen hij echtgenoot werd, toen hij voor de eerste keer vader werd, toen hij voor de tweede keer vader werd. Hij werd een andere man toen hij een zoon kreeg. Hij werd een andere man toen hij in de jaren 80 begon te worstelen met zichzelf. Toen eerst R. en daarna H. de deur uit gingen. Hij werd een andere man toen het gezin veranderde van een meerderheid van vrouwen naar een gezin met een meerderheid van mannen.

Niet goed of slecht, niet beter of minder. Anders.

Die worstelingen waren niet eenvoudig voor Ruud. Hij vond het niet eenvoudig om te ontdekken, om te weten wat hij zelf belangrijk vond. Wat hij zelf wilde. Hij vond het niet makkelijk om zelf een besluit te nemen. Dat liet hij liever aan anderen.

Maar tegelijkertijd straalde daar ook een enorm vertrouwen in uit. Het vertrouwen dat anderen, inclusief zijn kinderen, inclusief G., hem zouden helpen bij het maken van keuzes. Wat hij tot op het laatst moeilijk heeft gevonden. En wat hij tot op het laatst fijn heeft gevonden.

Behalve Vader, Papa, werd Ruud ook Opa. Een titel die hij volledig verdiende. Een rol waar hij enorm van genoot. In de aanloop naar deze bijeenkomst vroeg ik aan Sara hoe zij Ruud noemde als ze over hem sprak: Opa of Grootvader? En volmondig was dat Opa. Zonder enige twijfel was Opa de titel die hij verdiende.

Op dit punt in de uitvaart hebben de kleindochters van Ruud hun herinneringen opgehaald en uitgesproken.


Muziek: Lavender’s Blue


Deze muziek komt uit de film Cinderella, die opa en oma, samen met S. en M. gezien hebben en waar ze ook samen van hebben genoten.

Op dit punt in de uitvaart heeft R., de oudste dochter van Ruud haar herinneringen opgehaald en uitgesproken. In twee fasen, onderbroken door Muziek van Lenette van Dongen en afgesloten door The Blind Boys of Alabama


Muziek: Schouder aan Schouder – Lenette van Dongen


Amazing Grace – Blind Boys of Alabama


Tot slot

Zo’n vijftien jaar geleden kwam ik de familie Koebrugge binnen. In de “slipstream” van R. werd ik, zonder enige terughoudendheid, binnengelaten, welkom geheten, omarmd. En behalve welkom in de familie werd ik door Ruud óók welkom geheten in Twente, de streek waar hij zo onmeunig veul van hield.

En dat heb ik geweten ook!

Tijdens wandelingen en rondritten die we samen maakten wees hij me steeds weer op de bijzonderheden die er te zien waren, welke schoolmeester of dokter er in dat huis woonde, en waar ze ook nog gefietst hadden. Ik kende ze niet. Ik was er nooit geweest. Maar hij was er trots op.

Ruud kwam uit Goor. Bleef een Goorsen. En een Twent! En een man met een groot hart.

We zijn nu aan het einde gekomen van deze viering van het leven én de dood van Ruud. Er zijn nog veel meer verhalen te vertellen, herinneringen uit te wisselen. Maar aan alles komt een eind.

Zoals Ruud vertelde: ’t is Mooi Ewest.

Namens G., de kinderen en kleinkinderen dank ik u van harte voor uw aanwezigheid en uw aandacht. We eindigen straks met de Triomfmars uit Aïda. Muziek die het hele huwelijk, vanaf de huwelijksreis tot aan vandaag, en verder, met G. en Ruud is meegegaan.


Muziek: Triomfmars uit Aïda – Verdi


Rik Konincks,

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Niet gehinderd door voorkennis…

Soms is het gaan werken in een branche die je vreemd is een verrijking voor jezelf én voor die andere branche. Niet gehinderd door voorkennis of “zo doen we dat hier nu eenmaal” kan je iets zien wat anderen niet kunnen zien. Iets doen wat anderen niet kunnen doen. Niet omdat ze het niet zouden kunnen zien, of zouden kunnen doen, maar omdat ze dat zo (niet) geleerd hebben.

“Alles wat ik heb…”

Na 35 jaar in allerlei functies en rollen in het bedrijfsleven te hebben gewerkt, waarbij ik als organisatieadviseur een bijdrage heb geleverd aan slimmer, efficiënter, effectiever én leuker werken, heb ik mijn focus verlegd naar de wereld van de Zorg. Niet gehinderd door kennis van de zorg, ben in aan de slag gegaan in een woonzorgcentrum voor bewoners met een somatische of een psychogeriatrische indicatie. Om op verzoek van de organisatie daarna de focus te verschuiven naar die bewoners, die gezien hun indicatie net even wat complexer zijn dan normaal. Waardoor ze net even meer zorg vragen dan de zorg kan bieden.

Omdat ik in mijn doen en laten alles kan en mag meenemen wat het leven mij gebracht heeft en wat ik ervan geleerd heb, breng ik voor de bewoners net even iets extra’s. Waardoor het welzijn en welbevinden van die complexere bewoners wordt bevorderd. Waardoor het welzijn en welbevinden van de andere bewoners wordt bevorderd. Waardoor er voor de medewerkers in de zorg meer tijd en ruimte ontstaat om hún bijdrage te leveren aan het welzijn en welbevinden van alle bewoners.

Wat ik meeneem is wie ik ben, waar ik vandaan kom, waar ik naartoe beweeg, wat mijn plaats in het geheel is en wat ik neem en geef. Waar ik voor zorg is de “holding space” waarin ieder mag zijn wie hij of zij is. Of het nu een meer of minder complexe bewoner is of een zorgmedewerker. Want zorgen voor een ander doe je samen. Met elkaar.

Meer weten? Benieuwd naar mijn aanpak? Benieuwd naar het antwoord op de vraag of dit ook op jouw plek, in jouw zorginstelling, met jouw bewoners zou kunnen werken, en wat daarvoor nodig is?

Stuur me een berichtje en ik kom er graag iets meer over vertellen.

Rik Konincks,

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

We zijn bevreesd voor het onbekende…

Afgelopen weekend sprak ik met iemand over en naar aanleiding van de gebeurtenissen in de VS als gevolg van de dood van George Floyd. Ik vroeg of het denken, doen en laten beïnvloed was en werd door de gebeurtenissen. Ik vertelde dat het mijn denken in ieder geval wel beïnvloedde, en was nieuwsgierig hoe dat bij mijn gesprekspartner zou zitten.

Ze vertelde dat dat nog al mee viel. Ja, natuurlijk volgde ze het nieuws. En ja, natuurlijk was ook zij geschokt door de aanleiding en geraakt door de gebeurtenissen die daarop volgden. Op mijn vraag of ze zelf ook met discriminatie op grond van huiskleur te maken heeft of had gehad, vertelde ze dat dat wel eens was gebeurd. Ze herkende het wel, maar ze had er verder niet zo heel erg last van.

En toen vertelde ze verder…

Ze was al jaren in Nederland, maar was hier niet geboren. Haar moeder, haar oma, haar overgrootmoeder, haar bet-overgrootmoeder en daar de moeder van waren geboren in Suriname en zijn daar hun hele leven ook gebleven. Nog verder terug woonden en werkten ze op de plantages. En naar alle waarschijnlijkheid was er een duidelijke en directe relatie met slavernij.

Ze vertelde verder…

Van haar moeder had ze geleerd om, als haar iets overkwam, haar mond te houden, om de andere kant op te kijken. Om niet de confrontatie aan te gaan maar weg te bewegen van de situatie. Haar moeder had dat ook geleerd, van haar moeder. En die van haar moeder. En die van haar moeder. En die van…

Ze vertelde verder…

“Je mond houden, de andere kant op kijken, weg bewegen van de situatie. Dat was niet raar. Dat deden ze allemaal. Dat deden we allemaal. Generaties lang. Het was de manier om te overleven. Deed je je mond open, dan liep je het risico om het niet te overleven. Misschien doen we dat nog wel…”

“Wat er nu gebeurd, is onbekend. Wat er nu gebeurd is dat ze niet hun mond houden. Dat we niet onze mond houden. Dat we niet de andere kant op kijken. Dat we niet weg bewegen van de situatie. En daarmee is het risico anders geworden. We zijn niet bevreesd voor de gevolgen van je uitspreken, van de confrontatie aangaan, van niet weg bewegen.”

“We zijn bevreesd voor het onbekende. En voor het risico dat we, behalve slachtoffer ook wellicht dader zijn. Want je mond houden, de andere kant opkijken, weg bewegen is iets wat je doet.”

“Het is een daad…”

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

De Aftiteling…

In de kamer zitten 5 mensen. Ze houden allemaal afstand tot elkaar, omdat de tijden van vandaag dat nou eenmaal van ons vragen. Maar ondanks de afstand lijkt het wel of we nog nooit zo dicht bij elkaar zijn geweest. Alsof we naar een film zitten te kijken waarin we ook zelf meespelen. Een verfilming van een boek…

De Titel

Vroeger las ik ze, als kleine jongen. De Vijf en… van Enid Blighton. En wat ik me ervan herinner is dat de vijf vrienden, door heel goed samen te werken, de meest fantastische avonturen meemaakten. De kracht van hun samenwerking was erin gelegen dat ze ieder hun eigen kwaliteit in brachten en die van de anderen ook toelieten. Ze gingen allemaal op hun eigen plaats staan, zonder de plaats van een ander in te nemen.

De Cast

Er zijn vijf spelers. en het zijn ook allemaal hoofdrolspelers. Ze hebben ook allemaal dubbelrollen. Zo is de vader ook echtgenoot. Is de moeder ook echtgenote. Zijn ze beiden ook grootvader en grootmoeder. Ze zijn ook zoon en dochter. Oom en tante. Neef en nicht. De dochter is ook zus, nicht, echtgenote en grootmoeder. De schoonzoon is zelf ook vader en grootvader, broer, en daarnaast natuurlijk ook echtgenoot. Van de verpleegkundige weet ik het niet in detail, maar hij heeft tenminste ook de rol van zoon en collega.

Vijf spelers die allemaal zich zelf meenemen in het spel, maar ook hun achtergrond. De familie waar ze vandaan komen en waar ze bij horen. De grond onder hun voeten waar hun wieg heeft gestaan en waar ze zijn opgegroeid, tot wasdom zijn gekomen. De ervaringen die ze hebben opgedaan, wat ze bewust of onbewust is overkomen, wat voor de krassen op de ziel heeft gezorgd. Wat ze heeft getekend voor het leven. Wat ze heeft gemaakt tot wat ze zijn. Dat allemaal nemen ze mee in het spel..

De vader is ook patiënt in de laatste fase van zijn leven. Geen of slechts beperkte behandeling meer, alleen nog palliatieve zorg. Alle spelers, in al hun rollen zijn zich er van bewust dat er geen sequel meer zal worden opgenomen waarin ze alle vijf een rol spelen. Ook de moeder is patiënt, alhoewel dat nog wat moeilijker te erkennen is. Waar bij de vader het leven vertrekt, vertrekt bij de moeder het bewustzijn, langzaam maar zeker. En dan realiseer ik me dat Het aanstaande vertrek ook een van de spelers is.

Overigens zijn er ook nog andere spelers, maar die zijn niet fysiek aanwezig in deze film. Ze spelen echter natuurlijk wel degelijk hun rol, nu iets meer op de achtergrond, mee. In deze aflevering…

Scene 1: Wat vooraf gaat

De ademhaling van de vader klinkt reutelend. Duidelijk is dat het hem niet makkelijk afgaat. Er is veel vocht dat hem in de weg zit, maar dat door de staat van het lichaam en de al bestaande medicatie niet meer te verminderen is.

Over een week staat de diamanten bruiloft op de agenda. Een hoogtepunt wat voor de vader heel belangrijk is, en waarvan de viering extreem beïnvloed wordt door de lichamelijke gezondheid van de vader, de geestelijke gezondheid van de moeder, en de sociale gezondheid van de wereld. Alles wat gewild werd, is door de omstandigheden niet of slechts zeer beperkt mogelijk.

In de dagen voorafgaand aan de scene wordt de vraag gesteld of, in afwijking van de palliatieve zorg, toch nog gekeken zou moeten en kunnen worden naar behandeling. Duidelijk is dat eventuele behandeling, als die al mogelijk en zinvol is, slechts een tijdelijk resultaat zal hebben. Na verloop van tijd zal de benauwdheid en het vocht weer toenemen. Tot dat het uiteindelijk klaar is.

De vader kan die vraag niet meer beantwoorden. Wellicht kon hij dat nooit, maar nu zeker niet. Hij legt bijna letterlijk zijn leven in de handen van de verpleegkundigen en van zijn kinderen. Jullie weten het. Zeggen jullie het maar. Voor iedereen lijkt het ook duidelijk dat alleen hijzelf die vraag kan beantwoorden.

Scene 2: Wat zich aandient

Zaterdagmiddag zitten de vijf bij elkaar. En de vraag wordt nogmaals gesteld. Wat zou je willen? Wat we hopen, verwachten, nodig hebben, is een zwart-wit antwoord. Ja, ga maar behandelen. Of nee, het is wel goed zo. Maar dat antwoord komt er niet. Er komt een wedervraag. Waarom? Wat maakt dat het is zoals het is? En die hadden we niet zien aankomen.

De camera maakt een ronde langs de gezichten van alle vijf spelers. De emotie is te zien en te voelen. Maar hij is ook wel verschillend. Bij de vader, de moeder en de dochter is er het leven dat ze met elkaar verbindt. Het is warm. De schoonzoon en de verpleegkundige staan iets meer op afstand. Ook al is de genegenheid groot, het is wel koud. En dat geeft ze ook de ruimte om iets anders te doen.

Scene 3: Wat zich voordoet

Het gesprek ontbrandt. Het vuur wordt de vader na aan de schenen gelegd. De verpleegkundige en de schoonzoon voelen zonder woorden uit te wisselen dat dit hét moment is om door te duwen. Om liefdevol meedogenloos de vader te helpen de voorliggende vraag verder te onderzoeken. Het is balanceren op het scherpst van de snede. Het is steeds blijven weten, voelen en toezien dat werkelijke vragen worden gesteld en niet de eigen ideeën worden uitgesproken.

De schoonzoon begint vragen te stellen. De grenzen op te zoeken. De verpleegkundige luistert. Hij schept de liefdevolle ruimte waarbinnen het gesprek zich kan voordoen. Dan neemt de verpleegkundige het gesprek over. Hij doet het niet over, niet opnieuw, maar borduurt verder. Vanuit zijn eigen positie, vanuit zijn eigen professie. De schoonzoon luistert en borgt de liefdevolle ruimte voor het gesprek.

Scene 4: Wat wordt toegelaten

De onuitgesproken wisselende rolverdeling zorgt er ook voor dat de moeder en de dochter ook in de liefdevolle ruimte kunnen zijn. Uiteindelijk is het een gesprek met vijf menselijke deelnemers, en een zesde van een andere orde, het aanstaande vertrek.

Dan toont zich dat het gesprek een andere fase ingaat. De verpleegkundige gaat aan de slag met het klaarzetten van de medicatie. De schoonzoon begint de avondmaaltijd voor te bereiden. Vader, moeder en dochter blijven bij elkaar in de woonkamer achter. Er wordt gehuild. Er wordt zorg gedeeld. Er wordt liefde uitgesproken. Er wordt vastgehouden. Er wordt losgelaten.

Er wordt toegelaten. Er wordt omarmd.

De Aftiteling

Voorafgaand aan het nabije einde is er nog iets dat voor en aan de wereld getoond wil worden. Wat nog gedaan moet worden staat in dat teken. Het is aangenaam om in de liefdevolle ruimte te zijn. Er kan misschien nog meer gedeeld worden. Als het de tijd gegeven is.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Over een gracht, achter Plexiglas…

Vrijwel alle verpleeghuizen zijn, als gevolg van de corona-crisis, gesloten voor bezoek. Zowel de bewoners als de bezoekers hebben hiermee te dealen. En dat is lang niet altijd eenvoudig. Ook de medewerkers in de verpleeghuizen, of ze nu werkzaam zijn in de zorg, zorgen voor de inwendige mens, of bezig zijn met de hygiëne in het huis, voor vrijwel allemaal is het ontbreken van het zo broodnodige bezoek en contact hartverscheurend.

In veel verpleeghuizen bestaat ook de mogelijkheid om toch enige vorm van ontmoeting te organiseren. Zo zie ik in de tuin die grenst aan het verpleeghuis waar ik werk, bewoners en bezoekers, binnen de corona-grenzen, hun creativiteit de vrije loop laten. Aan de ene kant grenst de tuin aan het huis, aan de andere kant is er een gracht – ik schat zo’n meter of 7 breed – waar zwanen met lelijke eendjes, ganzen met jongen, waterhoentjes met kleine donzen kuikens en ook een echtpaar futen met jongen op de rug voorbij komen. In de hoek van de tuin, waar de gracht een bocht maakt is aan de tuinkant een klein grasveldje, terwijl aan de andere kant van het water het grasveldje in spiegelbeeld bestaat. Aan de ene kant zit een bewoner in een scootmobiel onder een net zo mobiele parasol. Aan de andere kant van het water vrienden, familie, kinderen en kleinkinderen.

En zo kan door bezoekers en bewoners toch een mooie ontmoeting worden georganiseerd. Een ontmoeting die recht doet aan het gevoel van en de behoefte aan nabijheid én veiligheid.

Een andere vorm is die van de door-plexiglas-verdeelde-container. Aan de ene kant is ruimte voor twee bezoekers. Aan de andere kant evenveel ruimte voor een bewoner en een begeleider. Een babyfoon-achtige constructie zorgt ervoor dat de deelnemers aan de ontmoeting elkaar niet alleen kunnen zien, maar ook kunnen horen. In veel gevallen werkt het prima, ook al is het natuurlijk verre van ideaal. The best one can get in tijden van corona…

Donderdag was ik de begeleider. Tien minuten voor de afgesproken tijd zorg ik dat mijn bewoner van zijn plek af en in een transfer-rolstoel terecht komt, kam ik nog even zijn haren en gaan we samen op weg naar de lift. Een paar verdiepingen later en lager, op de begane grond, lopen en rijden we samen naar buiten in de richting van de container. In de (relatieve) verte zien we de zoon en dochter van mijn bewoner staan. Zij zien en zwaaien naar ons. En er wordt terug gezwaaid. Fijn dat er wederzijdse herkenning is.

Dan scheiden onze wegen. Bij de container aangekomen gaan wij rechtsaf, terwijl de zoon en dochter linksaf gaan. Ieder gaat bij de container aan zijn eigen kant naar binnen. We testen de techniek even, en ja, alles werkt naar behoren. Ik trek mij terug en probeer zo min mogelijk onderdeel te zijn van de ontmoeting tussen vader, zoon en dochter. Want, hij is niet van en voor mij, ik ben van en voor hem…

En dan gebeurt er iets wonderlijks…

Van het ene op het andere moment is er geen contact meer. Mijn bewoner lijkt niets meer te horen. Hij is niet doof, er is gewoon geen geluid. Hij lijkt ook niets meer te zien. En niet omdat hij blind is. Alsof hij niet verder kan kijken dan het plexiglas. Alsof hij niet verder kan horen dan de ruimte waarin we ons bevinden. Alsof de wereld aan de andere kant van het plexiglas niet (meer) bestaat. Het geluid dat via de microfoon aan de ene kant en de luidspreker aan de andere kant voor mij prima te horen is, lijkt niet meer aan te komen. De ruimte aan de andere kant van het plexiglas, waarin de zoon en dochter voor mij prima zichtbaar zijn, lijkt voor de vader niet meer te bestaan.

De vader roept, op een manier die ik herken uit zijn en ons gezamenlijk dagelijks leven “Gel gidelim…” Laten we gaan. Een uitspraak die hij vaker doet als hij wil gaan wandelen. Hij staat op en zoekt zijn rollator…

We verbazen ons over de situatie. Dat wil zeggen: de zoon, de dochter en de begeleider verbazen zich. Voor de vader is er geen verbazing. Hij geeft niet het gevoel dat hij iets mist, dat hij iets kwijt is. Het is wat het is. Voor hem. Hoe kan je iets missen wat niet bestaat? Het gemis zit bij de anderen. Bij ons. Bij mij…

Zoon, dochter en begeleider gaan met elkaar in overleg. We besluiten om, buiten de container, samen een klein wandelingetje te maken. Ik ga met de vader aan mijn kant uit de container. De zoon en dochter gaan aan hun kant uit de container. Buiten ontmoeten we elkaar weer. En van het ene op het andere moment is de ontmoeting er weer. Vol trots zegt de vader tegen mij, terwijl hij wijst, “dat is mijn zoon!” En daarna, terwijl hij weer wijst, “dat is mijn dochter!”

Hij is blij. Hij begint, in het Turks, een gedicht voor te dragen. De zoon en dochter schieten vol. Ze vertellen me dat het een gedicht is van de herders in het buitengebied van Ankara. “Papa sprak al jaren alleen nog maar met losse woorden. Geen hele zinnen meer.

En nu was er een heel gedicht. Een heel gedicht over waar hij vandaan kwam. Turkije, in de buurt van Ankara. En wat hij was.

Een schaapherder.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Houden van Onzekerheid

Een van de eerste uitspraken in tijden van corona die me nog steeds in bijgebleven was er een van Minister-President Mark Rutte. Op een van zijn persconferenties zei hij dat hij en met hem het kabinet 100% van de beslissingen moesten nemen met 50% van de informatie.

Hoe ongemakkelijk het ook voelt, het is ook stoer. Stoer om te weten en toe te geven dat je het niet weet. Niet als uitvlucht. Niet om iets recht te praten wat krom is. Maar in het aangezicht van wat is, toe te geven dat je het niet weet.

Ik hou van die onzekerheid.

In een eerdere blog die ik schreef rond, over en in tijden van corona, verhaalde ik over hoe ongemakkelijk het is om te moeten dealen met onzekerheid. Liever een onjuiste zekerheid dan niet weten hoe het zit. Het zijn persoonlijke verhalen, en ik durf me op geen enkele manier op het zelfde niveau te plaatsen als Mark Rutte voor me, of anderen in deze blog na me.

Maar ik hou wél van die onzekerheid.

Er zijn maar weinig mensen die kunnen leven met die onzekerheid, en dat dan ook nog eens hardop durven te zeggen (of schrijven). Socrates (469 – 399 voor Christus) was er zo een. Het enige wat ik zeker weet, is dat ik niks weet. Door middel van dit wetend-niet-weten probeert hij de waarheid zo dicht mogelijk te benaderen. Deze methode wordt ook wel socratische ironie genoemd.

Hoe ongemakkelijk het ook voelt, het is ook stoer. Stoer om te weten en toe te geven dat je het niet weet. Niet als uitvlucht. Niet om iets recht te praten wat krom is. Maar in het aangezicht van wat is, toe te geven dat je het niet weet.

Ik hou van die onzekerheid.

Twee-en-een-half-duizend jaar later staat er weer zo’n groot mens op. Die in weerwil van wat mensen om hem heen graag willen, midden in de publieke arena, en tussen de haaien van links en rechts, steeds blijft herhalen dat hij het niet weet. Dr. Anthony Fauci: I am very careful, and hopefully humble in knowing that I don’t know everything about this disease. (Ik ben heel voorzichtig en hopelijk nederig in de wetenschap dat ik niet alles weet over deze ziekte.)

Hoe ongemakkelijk het ook is, het is ook stoer. Stoer om te weten en toe te geven dat je het niet weet. Niet als uitvlucht. Niet om iets recht te praten wat krom is. Maar in het aangezicht van wat is, toe te geven dat je het niet weet.

Ik hou van die onzekerheid.

Natuurlijk vind ook ik het fijn als iemand mij de zo gewenste zekerheid geeft en de zo gevreesde onzekerheid wegneemt. Maar ik ken ook de gevolgen van schijnzekerheid. En hoe onprettig het is om te moeten constateren dat iemand je iets verteld wat achteraf gewoon niet waar blijkt te zijn. En hoe gevaarlijk het is om op basis van geweten-schijnzekerheid beslissingen te nemen.

Als je niet weet of iets waar is, maar doet alsof je dat wel weet, is dat dan niet gewoon liegen?

Ik hou wel van onzekerheid. Ik hou niet van liegen.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Eenzaam

Enige tijd geleden reden we samen in de auto terug van een bezoek aan een dierbare. Twee uur op de automatische piloot geeft je dan ook de tijd voor een gesprek, dat ook momenten van stilte toelaat. Een dag later reden we terug van een bezoek aan een andere dierbare. Via een omweg, we moesten nog even een boodschap doen, duurde die reis ongeveer een uur. En het leek alsof het gesprek van de dag ervoor zich voortzette. In deze blog een paar flarden, een paar bevindingen, een paar conclusies van en uit dat gesprek.

Sterven is een proces

Sterven is een werkwoord. Om te sterven moet je aan de slag. De handen uit de mouwen. Het gaat niet vanzelf. Het resultaat van al dat werk is een nieuwe status. Je bent dan dood. Het klinkt misschien een beetje vreemd, maar sterven is heel hard werken…

Sterven doe je alleen…

Heel veel andere dingen kun je samen doen. Of kun je van iemand overnemen. Je kunt samen boodschappen doen. Samen behangen. Je kunt samen de afwas doen. Maar je kunt niet samen dood gaan, je kunt niet samen sterven. Dat moet je alleen doen.

Sterven is eenzaam…

Sterven doe je alleen. En sterven kan je ook alleen maar alleen doen. Er is niemand die het van je over kan nemen. Mensen kunnen wel bij je zijn en je bijstaan, maar dat veranderd helemaal niets aan het gegeven dat je het nog steeds alleen en zelf moet doen. En dat maakt sterven ook een eenzaam gebeuren.

smart

Ik kan niets voor je doen…

Wat dan rest is de vraag wat je, als buiten-staander, of als naast-staander, dan kunt doen voor die ander. Om die vraag te beantwoorden moet je wellicht eerst stilstaan bij de vraag wie er nu eigenlijk geholpen moet worden of wil worden? Wie help je eigenlijk?

Er lijken grofweg twee opties:

  • Ik help de ander
  • Ik help mijzelf

De ander helpen kan eigenlijk alleen dan als de ander begint met het stellen van een vraag. Zou je iets voor me kunnen doen? Zou je iets voor me willen doen. Dat zijn vragen in de trant van Zou je me het zout aan willen geven. Een dergelijke vraag is vaak heel goed te beantwoorden, ook al is het antwoord Nee, ik kan niets voor je doen…

Jezelf helpen ligt toch iets gecompliceerder. Het gaat er dan om te ontdekken wat de vraag is. Wat het is waar je mee geholpen wil of moet worden. Het helpen van jezelf in die gevallen waar sterven aan de orde is, is veelal het worstelen met het verlies van de ander. En wellicht niet zo zeer het verlies van de ander, als wel de consequentie daarvan. Zelf achterblijven. Zelf de verantwoordelijkheid moeten dragen. Zelf aan de slag moeten gaan. Niet meer op de ander kunnen leunen en steunen.

Het is wellicht het meest liefdevolle dat je voor een ander kunt doen te zeggen, te voelen, te vinden, te weten dat je niets voor de ander kunt doen. En dat dat alles is wat je kunt doen. Daarmee geef je de ander wat van hem of haar is. Het recht om pijn te hebben en te voelen. Het recht om verdrietig te zijn. Het recht om alleen te zijn. Het recht om zelf te doen wat je zelf moet doen.

Het recht om eenzaam te zijn…

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Eenvoudig is niet altijd gemakkelijk…

Een paar dagen geleden schreef ik een blog onder de titel Ongemakkelijk. Over het ongemakkelijke gevoel om plotseling overal een oordeel over te hebben, zonder dat je het in de gaten hebt – mijn vrouw noemt dat de Corona-politie – en over het ongemakkelijke gevoel dat boven komt drijven als je in de gaten krijgt dat gewoon doodgaan van ouderdom verdraaid lastig is.

Vandaag een update en een vervolg.

Overleden én corona, niet áán…

Ik ben niet zo’n heel erg familiemens. Van de uitdrukking mensen-mens word ik heel erg zenuwachtig en krijg ik jeuk. Maar als een familielid overlijdt, dan sta ook ik daar toch even bij stil. Niet omdat het moet, wel omdat het kan.

Mijn tante was een paar jaar ouder dan mijn moeder. En die is nu 90, dus reken maar uit. Ik kom tot de de conclusie dat het leven voltooid was. De laatste jaren was zij opgenomen in een verpleeghuis met de mooie en veelzeggende naam Myosotis – Vergeet mij niet. En ook al kwam ik eigenlijk nooit op bezoek, ik heb haar niet vergeten.

Mijn tante was ook mijn peettante. Ik denk dat die rol tegenwoordig niet zo heel erg vaak meer wordt toebedeeld. Net als Opa en Oma, in plaats van Grootvader en Grootmoeder, heeft Peettante (en ik schrijf het nu bewust met een hoofdletter) , iets warmbloedigs. Peettante (en natuurlijk ook Peetoom) is een geuzennaam. Die je krijgt van de ouders omdat ze je waarderen, liefhebben en omdat ze de hoop hebben dat je over de schouder mee zult kijken en bij zult staan als dat nodig is. Niet eerder dan dat. Ik vind dat een mooie positie. Een van wederzijdse eerbiediging van de plaats en de rol van de ander.

Mijn tante was natuurlijk niet zomaar in het verpleeghuis opgenomen. Tal van lichamelijke klachten, gekoppeld aan een beetje Alzheimer maakte dat het thuis niet meer ging. Mijn moeder, die nu the last (wo)man standing is, ging nog regelmatig bij haar op bezoek. Mijn zusje nam haar dan onder de arm.

Bij mijn tante, dik in de 90, werd een week geleden ook corona vastgesteld. En ja, nu is ze overleden. Ik sprak er gisteren met mijn moeder over en zij vertelde mij dat haar zus dood was gegaan aan de ouderdom. Ik reageerde bevestigend en vulde aan dat ze nu ook in de dagelijkse corona-slachtoffers zou worden meegenomen. Mijn moeder reageerde: “Ach, vast, maar ze is doodgegaan omdat ze oud was. Corona maakt het verlies niet groter of kleiner…”

Ik vond het een mooie houding.

Aan de wandel

Ik begeleid in het verpleeghuis twee bewoners die beiden een sterke loopdrang hebben. Je kunt er een hoop van zeggen, bijvoorbeeld ook dat het goed voor mijn conditie is, want ik haal hierdoor makkelijk een gemiddelde van zo’n 15.000 stappen per werkdag.

Beiden hebben een wonderlijke fixatie op eten. Is het te eten, dan gaan ze er mee vandoor. Dat is niet altijd handig, zeker als het eten ook gedeeld moet worden met andere bewoners, of als het gewoon op het bord van een ander ligt, en soms is dat ook niet altijd veilig, zeker niet als je geen belemmering ziet om een aardappel uit een pan kokend water te halen. Ik bewonder de huiskamerbegeleiders, want ze zien het risico en wonder boven wonder, het heeft zich nog niet voorgedaan.

Wat ik doe is structuur bieden aan de loopdrang. We lopen over de gangen van de afdeling, of we gaan, als het weer het toelaat, naar buiten om een frisse neus te halen, waarbij we natuurlijk de veiligheid en de anderhalve meter in de gaten houden (ik ben het vooral zelf die dat doet, omdat anderhalve meter en een ver gevorderde dementie niet een heel gelukkige combinatie is).

Tijdens een van die wandelingen merkte ik op dat het wat uit maakte hoe je de hand van de ander vasthoudt, en wie de hand vasthoud.

Het maakt wat uit of je een hand geeft of een hand neemt. Als je de hand neemt, en dat merk je bijvoorbeeld door de kracht of de stevigheid van de hand, dan neem jij de leiding. De ander moet dan volgen. Dat gaat vaak prima, maar soms ook helemaal niet. Dan leidt een genomen hand, en de genomen leiding tot paniek, tot een tegengestelde beweging. Geef je de hand, dan bied je steun, geef je vertrouwen en laat je de regie bij de ander. Ook die houding is goed te voelen. Neem je de hand, dan neem je de leiding. Geef je de hand, dan geef je steun. Een boeiende verhandeling over dit onderwerp, en over de onderliggende principes van Agens en Communio las ik hier.

Multidimensionaal

Ik ontdek steeds meer dat bewoners van een verpleeghuis, net als gewone mensen in de gewone wereld, niet één-dimensionaal zijn. We zouden dat misschien wel graag willen, want daarmee wordt de wereld een stuk eenvoudiger, maar de werkelijkheid is anders. Mensen, en zeker oudere mensen, zijn multidimensionaal. Ze hebben veel meegemaakt. En nog veel meer weten we gewoon niet. Het is echter wel van belang om me steeds te realiseren dat die meerdere dimensies er zijn.

Van een bewoner, die niet meer spreekt, weten we wel een beetje, maar niet alles. Er zijn vermoedens, maar er is geen zekerheid. En er is ook geen mogelijkheid meer om te het kunnen vragen. Jammer maar helaas. Maar de werkelijkheid, dat wat zich toont, is er altijd en daar kunnen we ook veel informatie uithalen. Van een van de bewoners weten we dat in het leven van die bewoner nooit relaties zijn geweest. Wat we vermoeden is dat er een mogelijkheid bestaat van macht en machtsmisbruik. Of dat ook seksueel geladen is, is onduidelijk.

In de eerste weken dat ik met deze bewoner aan het werk was, merkte ik op dat zij wel in slaap kon vallen als ik er niet bij was, maar dat ze dat niet kon als ik er wel bij was. In de loop van de weken verschoof dat patroon, ontstond er blijkbaar iets van veiligheid en zekerheid, waardoor de bewoner zich over kon geven en ook op de bank, naast mij, in slaap kon vallen. In die tijd ontdekte ik overigens ook het eerder beschreven verschil tussen de hand nemen en de hand geven.

En dan wordt het ongemakkelijk

Schrijven, herschrijven, aanvullen en weglaten. Omdat het ongemakkelijk voelt. Ik moet de waardering uitspreken over mijn collega’s die me laten zien hoe het ook anders kan, de bereidheid hebben om er over in gesprek te gaan, en aan mij de vrijheid kon bieden te doen wat ik moest doen. Ik realiseer me dat dit een wellicht wat cryptische omschrijving is.

Er wordt gegeten. Eerst een warme maaltijd, daarna een toetje. Aardappelen met groente en een gehaktbal. Apfelstrudel met slagroom. Iemand een maaltijd aanbieden in combinatie met loopdrang, je kunt je vast voorstellen dat dat een hele uitdaging is. Maar als je iemand de vrijheid geeft om te gaan, als je volgt, dan hoeft een warme maaltijd en loopdrang geen onoverkomelijke combinatie te zijn. Resultaat: Één leeg bord en twee blije mensen.

Daarna het toetje. Daar ging het anders. De bewoner in een stoel. De ander staand er voor. Groot versus klein. Angst. Klem gezet worden. Paniek. Onmogelijk om te ontsnappen. Er moet gegeten worden. Weg willen. Niet weg kunnen. Overgeven. Overgave.

Het geheel duurde een minuut of drie. Toen het voorbij was liep de bewoner weg. Vond een plek in alle rust. Sloot de ogen en viel in slaap. Toen het voorbij was liep ik er nog ongeveer een uur mee rond. Om daarna het gesprek aan te gaan met mijn collega.

We spraken over macht en onmacht. Over veiligheid en vrijheid. Over de ruimte om te kunnen ontsnappen. Over het onpraktische van (weg)lopende bewoners. Over gemak om maar één ding te hoeven doen. Over het verschil te werken met en voor één versus met en voor veel.

Over Agens en Communio.

Ongemakkelijk…

Meestal dient een onderwerp om over te bloggen zich duidelijk aan, en is dat onderwerp “ruim” genoeg om een hele blog aan te wijden. Nu dienen zich twee onderwerpen aan waarvan ik de behoefte voel om daar vandaag over bloggen. Gevolg: Het worden twee korte overwegingen. Wellicht dat in de toekomst ze beiden (of een van beiden, dat kan natuurlijk ook) uitgroeien tot een volledige en volwaardige blog. Wie zal het zeggen…

Het grote (Ver)Oordelen…

Al geruime tijd hebben we last van corona, en alles wat daarbij hoort. Alles, of althans veel, waarvan we dachten dat normaal was staat op losse schroeven. We worden opgeroepen om anderhalve meter afstand te houden. Om indien het niet nodig is om naar buiten te gaan thuis te blijven. We worden gevraagd om in de elleboogplooi te hoesten. Om niet samen boodschappen te doen. En dat gaat ons allemaal redelijk goed af. Ook al is het prettiger om wel samen te zijn, om te leven zonder beperkingen, we rooien het samen behoorlijk goed. Dat vinden we niet alleen zelf, dat vinden óók de veiligheidsregio’s, de minister-president, het RIVM, en op Koningsdag vindt ook de Koning dat!

Blijkbaar hebben we behoefte aan een beoordeling en een oordeel. Een van de prinsessen zegt over haar vader en moeder, over de Koning en de Koningin dat het goede ouders zijn. Het bestaan van het oordeel stellen we op prijs. Zouden we ook kunnen leven als het antwoord van de prinses uit zou blijven?

Als ik ’s ochtends op de fiets stap om naar het verpleegtehuis te gaan, dan is het over het algemeen nog rustig op straat. De meeste mensen zijn dan nog bezig met andere dingen en doen dat gewoon thuis. Als ik 8 uur later wéér op de fiets stap en naar huis ga, dan is het, ook over het algemeen, een stuk drukker op straat. En in de twee parken waar mijn route huiswaarts daarheen loopt kom ik kleine groepjes mensen tegen, die samen een wandeling maken, samen hardlopen, samen in het gras zitten, samen op een bankje een (goed) gesprek voeren, die gewoon samen zijn.

En dan gebeurt er iets raars in mijn hoofd. En ik ben daar geloof ik niet heel erg blij mee…

Ik begin te oordelen. Ik begin een oordeel te vellen over al die andere mensen die ik tegen kom. Ze zijn te dicht bij elkaar, ze zijn met teveel, ze houden zich niet aan de regels, ze zijn onnodig buiten enzovoorts. De Corona-Politie doet zijn intrede in mijn hoofd.

Blijkbaar vind ik dat ik het recht heb om de ander te beoordelen en te veroordelen. Dat doet zich overigens niet alleen op straat voor, ook als ik het nieuws volg, af en toe een talkshow bekijk, een bijdrage op Facebook of LinkedIn lees, dan merk ik diezelfde nijging op. Ik weet het beter. En dat is nog een vrij onschuldige variant, want soms gaat dat beter weten ook gepaard met boosheid en krachttermen.

Ik weet ook heel goed dat ik het helemaal niet beter weet. Ik weet heel goed dat het mijzelf beter, groter, sterker maken dan dat ik in werkelijkheid ben, een veelvoorkomend patroon is, en dat ik daar helemaal niet uniek in ben. En ik weet ook dat het patroon twee varianten kent: [1] Ik plaats mijzelf boven de ander en [2] er is een vacuüm waar ik in wordt gezogen. In het eerste geval ben ik degene die de actie onderneemt, maak ik bij groter, beter, sterker. In het tweede geval laat ik me door de situatie op een plaats zetten. Maar ook dan laat ik toe dat ik word ingezogen in het vacuüm. In beide gevallen weet ik het beter, ben ik groter of sterker. Maar ook in beide gevallen is het maar helemaal de vraag of dat werkelijk zo is.

Het blijft ongemakkelijk…

Gewoon doodgaan van ouderdom is ongemakkelijk…

Als je ergens aan begint weet je ook een ding zeker. Je zult er ook een keer mee ophouden. Als je geboren wordt, en het leven een aanvang neemt, weet je ook zeker dat het leven een keer zal eindigen, dat je dood zult gaan. Niets is voor eeuwig.

Het is voor velen van ons, en dus ook voor mij, lang niet altijd eenvoudig om te dealen met de eindigheid van dingen die we graag voor eeuwig bij ons zouden willen hebben en houden. Nu al weer zeven jaar geleden overleed mijn vader en en ontdekte ik dat dat niet hoorde. Bij de buren gaan mensen dood, maar niet mijn vader. Die heeft het eeuwige leven. Dat is natuurlijk niet zo, maar dat is wél zoals ik dacht.

Met mijn vrouw heb ik de afgelopen regelmatig gesproken over dit thema. Omdat nu, in tijden van corona, de dood wat dichterbij lijkt te zijn dan onder normale omstandigheden. Ze reikte mij een bijzonder boeiend artikel aan: Een verwacht overlijden op hoge leeftijd of een coronadode? door Dr. E. Kompanje. Een reden om er nog eens over na te denken. Een reden om dit deel van de blog te schrijven…

In het verpleeghuis waar ik werk wonen mensen die zich én in de laatste fase van hun leven bevinden, én die door allerlei oorzaken een wat zwakkere gezondheid hebben. Dat komt negen van de tien keer gewoon omdat ze oud zijn. De gemiddelde leeftijd van de dames en heren waar ik mee te maken heb ligt ruim boven de 80 jaar. En het logische gevolg hiervan is dat er binnen die groep wat meer dan gemiddeld mensen overlijden. Such is life…

Maar het lijkt ook dat we maar moeilijk kunnen omgaan met die natuurlijke eindigheid van het leven. En als ik we schrijf dan is dat natuurlijk inclusief mijzelf. Want niets menselijks is mij vreemd. Gewoon doodgaan van ouderdom is niet goed genoeg meer. Daar hebben we geen vrede mee. En dus gaan we dood aan een longontsteking, aan een griep, aan hartfalen. Aan een virus. Aan corona.

Natuurlijk is het het voor de nabestaanden van al die mensen die nu overlijden aan de gevolgen van corona naar. Maar het zijn wél de mensen die qua leeftijd aan de beurt zijn om te overlijden. Gemiddeld worden we zo’n jaar of 80. En de mensen die nu aan corona overlijden zouden waarschijnlijk nu ook of anders overlijden aan een longontsteking, aan een griep, een verkoudheid, aan hartfalen. Ze overlijden aan de gevolgen van ouderdom.

Mijn schoonvader is iemand die, zoals mijn vrouw het laatst noemde het eeuwige leven heeft, maar nu naar alle waarschijnlijkheid toch en binnen afzienbare tijd zal overlijden. Hij voldoet aan alle criteria. Hij leeft al zo’n jaar of tien in blessuretijd en heeft heeft een zwakke gesteldheid. Hij heeft een paar dagen in het ziekenhuis gelegen. Zonder corona, maar mét een longontsteking. Zijn hart is niet meer je van het. En het geheel is te zwak om er nog iets aan te doen. Het is nog een kwestie van tijd voordat hij het tijdelijke met het eeuwige zal verwisselen. En dus is hij in het ziekenhuis niet meer op zijn plaats en is nu thuis. De palliatieve fase is ingegaan. Een fase waarin de thuiszorg om hem heen een super prestatie levert, om de laatste fase zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn vrouw, voor zijn kinderen, kleinkinderen en voor de schoonfamilie. Als het straks zo ver is niet minder verdrietig voor zijn vrouw, voor kinderen en kleinkinderen. En ook ik zal hem straks missen. Maar het eindresultaat is duidelijk. Nu al.

Wat straks rest is de herinnering aan zijn leven. En aan de vraag waarom het toch zo moeilijk is voor ons om iemand gewoon dood te laten gaan. Om dood gaan toe te staan. Om de dood binnen te laten.

Omdat hij gewoon oud is. En omdat het nu de tijd is.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen