Just a few questions on the Prorogation of Parliament from a Systemic Perspective

I wondered…

Yesterday, when coming home after work, I saw a news item. It’s was all about Brexit. The Prime minisiter said it had nothing to do with Brexit. I wondered what happened, what was happening, what is happening. A day later, I still wonder…

Has the government of the UK sent the Parliament home, with the Queen’s approval …

Or

Has the UK Parliament let itself been sent home by the government, with the approval of the Queen …

Or

Has the UK Parliament asked the government to sent her home, with the Queen’s approval?

I wonder…

After wondering come the questions…

The, after wondering, the questions come. As I’m into Systemic Work, I have some Systemic Questions (I have lot’s of more questions, but I write about them some other time).

  • Who takes which place?
    • In a family, everybody has it’s own place. It’s about the relation between the father and the son, the parents and the children, and so on. The same goes in organizations. And in a Democracy the same principle goes. So the question is who comes first? First the Government and the the Parliament? Or the other way around? And what happens when the order is mixed up?
  • What is the (systemic) function of a Parliament?
    • All things that exist have a function. If there is no function it either does not exist, or is seizes to exist. In a system (a family or an organization) the same goes. The question is what the systemic function of a Parliament is. Why does it exist?
  • Could a Democracy have reached it’s destination?
    • Nothing is for eternity. Everything is there for a certain amount of time. Things move towards there destination. And when this destination is reached, the – systemic – function of a system seizes to exist. In this case, the question could be asked if a Democracy can reach it’s destination? Is the prorogation of parliament a signal for Democracy having reached it’s destination?

Just some questions on a normal (?) Wednesday …

Vragen op een doordeweekse woensdag…

Het Parlement van het VK is door de regering met goedkeuring van de koningin naar huis gestuurd

Of

Het Parlement van het VK heeft zich door de regering met goedkeuring van de koningin naar huis laten sturen

Of

Het Parlement van het VK heeft de regering gevraagd om met goedkeuring van de koningin naar huis te worden gestuurd.

Wie neemt welke plaats in? Wat is de systemische functie van een Parlement? Kan een Democratie zijn bestemming bereikt hebben?

Zomaar wat vragen op een doordeweekse woensdag…

Trainer, Trainee, Hulphond en Holding Space

Ik loop over een smal pad tussen struiken. Het pad is ongeveer 1.20 meter breed. De kar die ik voor mij uit duw is ongeveer 1.10 breed. Er is aan beide zijden 5 centimeter manouvreerruimte. Maar dat is meer dan genoeg.

Aan het eind van het pad kom ik uit op een brede stoep. Ik moet hier rechtsaf, om daarna linksaf de straat over te steken. Precies voor de uitgang van het pad staan op de stoep twee mensen met elkaar te praten. Ik zie dat een van de twee een donkere zonnebril draagt, en een blindenstok in de hand heeft. Ik zie dat naast de “blinde man” een hulphond staat. Hij staat stil en rustig, terwijl de twee mannen met elkaar in gesprek zijn.

De Hulphond…

Ik vang een flard van het gesprek op en maak daaruit op dat de een de trainer is en de ander de trainee. De laatste wordt geleerd om “gebruik te maken” van de hulphond. Er is precies genoeg ruimte voor mij om langs de hond en de twee mannen te bewegen om mijn weg te vervolgen. Ik loop oplettend langs het drietal, de kar voor mij uitduwend. Het gaat prima. Ik rij nergens tegen aan.

Terwijl ik een paar meter verder aangekomen ben op de plaats om over te steken realiseer ik mij plotseling het bijzondere van de situatie. Ik liep langs de trainer, de trainee en de hond. En alledrie waren ze zich gewaar van hun omgeving. Alledrie gingen ze ook gewoon door met waar ze mee bezig waren. Alledrie waren ze zich bewust van mijn tijdelijke aanwezigheid. Vol bewondering keek ik nog even naar de situatie. De trainer, de trainee en de hond. Ze waren volkomen in balans. Ze werden niet ge- en verstoord door mijn aanwezigheid.

Thuis gekomen vertelde ik over de gebeurtenis en de situatie aan mijn vrouw. Ik was blij om dit meegemaakt te hebben. Terwijl ik de situatie beschreef en de rust en kalmte van de hond benoemde, kwam plotseling het begrip Holding Space naar voren.

“What does it mean to hold space for someone else?

It means that we are willing to walk alongside another person in whatever journey they’re on without judging them, making them feel inadequate, trying to fix them, or trying to impact the outcome. When we hold space for other people, we open our hearts, offer unconditional support, and let go of judgement and control.”

Heather Plett

Ik zocht de definitie van Heather op en zag “in an instant” wat de hond deed.

  • De hond, hij loopt samen met de anderen
  • De hond, hij oordeelt niet
  • De hond, hij maakt de ander niet minder waard
  • De hond, hij probeert de ander niet beter te maken
  • De hond, hij streeft geen doel na
  • De hond, hij opent zijn hart
  • De hond, hij geeft onvoorwaardelijke ondersteuning
  • De hond, hij laat alle controle los

De hond was de “container” die de hele situatie kon omvatten waardoor iedereen precies dat kon doen wat de situatie vroeg. De trainer kon trainen, de trainee kon leren, ik kon voorbij gaan. De hond was en bleef de rust zelve. Hij draaide zelfs niet met zijn kop toen ik met de kar vijf centimeter langs hem reed. Het situatie was volstrekt in evenwicht.

En ik mocht er – heel even – deel van uit maken om er vervolgens aan voorbij te gaan.

De Zee geeft, de Zee neemt…

Het is mooi weer. Ik wandel met mevrouw. Zij in de rolstoel, ik er achter. Mevrouw is 95 en goed gehumeurd. Ik ben niet heel erg bekend in de buurt waar we wandelen, maar mevrouw woont hier al langer. Na 5 minuten en 3 keer de hoek om te zijn gegaan zegt mevrouw “Goh, hier ben ik toch nog nooit geweest!” Ik antwoord “Ik ook niet, dus dan verdwalen we samen!” We lachen en wandelen rustig verder.

“Heeft u kinderen?” vraag ik. “Ja, drie. twee zoons en een dochter. En ook kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ik weet niet precies meer hoeveel. Ik word wat ouder, hè, dan vergeet je soms wel eens iets”. We lopen verder.

“Mijn man is al 43 jaar dood. Hij is verdronken…” Zo maar, uit het niets, een heftige boodschap. “Jé, dat is ook wat!” Mevrouw gaat verder. “Mijn man was visser op Scheveningen. Net als zijn vader, en zijn grootvader. En af en toe verdrinken dan vissers. Dat gebeurt nou eenmaal…” Mevrouw klinkt niet verdrietig of somber. Ze vertelt zoals het is. We slaan een hoek om en wandelen verder.

“Mijn oudste zoon was ook visser. Maar dat is ie nu niet meer. Al 43 jaar niet meer…” Ik begrijp dat de verdrinking van haar man en de “carierre-switch” van haar zoon onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ik voel het als een rilling door mijn lijf gaan.

“Hij was 16 toen hij voor het eerst met zijn vader mee naar zee ging. Zondag na de kerk pakten ze de boel bij elkaar. En dan gingen ze weg. Soms voor een dag, soms voor een week. En soms nog langer.”

“We waren nooit bang als ze weg waren. Ze kwamen altijd terug. Maar soms niet. Die dingen gebeurden…”

“Hij was erbij toen mijn man over boord sloeg en verdronk. Ze waren samen aan boord. Toen hij thuis kwam, heeft hij zijn spullen in een hoek gegooid en is naar de reder gelopen. Na een half uur was hij weer terug. Hij is nooit meer op zee geweest.”

We lopen in stilte verder.

“We hebben er nooit meer over gesproken. Ik weet niet wat er gebeurd is op zee. Ik weet ook niet wat er besproken is bij de reder. Hij is bij de PTT gaan werken, als postbode. We zijn verhuisd naar Moerwijk. Ik kom nooit meer op Scheveningen.”

Bám, bám, bám… Als mokerslagen verteld mevrouw haar verhaal. Liefdevol meedogenloos.

We zijn weer terug op de plaats van bestemming. Mevrouw vraagt of we nog even iets kunnen drinken in de tuin. Ik vind het ook fijn om het gesprek en de wandeling nog even samen af te sluiten.

“Ik ben niet verdrietig over mijn man. Die dingen gebeuren.” Mevrouw neemt een slokje van haar thee. “De zee heeft ons heel veel gegeven. En niet alleen onze familie, maar eigenlijk heel Scheveningen. Daar zijn we dankbaar voor. En af en toe neemt de zee ook. Die dingen gebeuren.”

“En zo is het goed. Het is in evenwicht. De zee geeft, de zee neemt…”

“Mijn thee is op. Wil je me nu weer naar mijn kamer brengen?”

Helpen. Eenvoudig is anders…

Sinds een paar weken ben ik aan de slag gegaan als woonbegeleider in een woon-zorgcentrum. De doelgroep is de oudere bewoner met een somatische indicatie. Dat wil zeggen dat de mensen die hier wonen een (meer of minder ernstige) lichamelijke beperking hebben.

Ik heb geen achtergrond in de zorg. Ik ben wél “ervaringsdeskundige”. Ik ken mensen die in een vergelijkbare situatie zitten. Familie, vrienden en kennissen. De mogelijkheid deed zich voor om voor deze mensen aan de slag te gaan en een bijdrage te leveren aan het welbevinden in het dagelijks leven voor daarbij te ondersteunen. De helper in mij werd wakker!

En daarmee werden de valkuilen ook direct zichtbaar. En daarmee ook de oplossingen. Of de aanwijzingen om het nét even anders te doen. Want helpen is misschien wel net als een legpuzzel maken. Het past niet altijd in een keer. En ook als het past is het misschien toch niet écht passend…

Helpen van de 1e orde | Bert Hellinger

De eerste valkuil is die van het teveel geven. Of misschien nog wel extremer: Geven wat je niet ter beschikking hebt. De aanwijzing is dus om goed naar jezelf te kijken en luisteren en precies dat te geven wat je – op dat moment – ter beschikking hebt. En dat is niet altijd hetzelfde of in dezelfde mate.

Omdat het belangrijk is dat geven alleen écht kan als je ook neemt, en omdat daar dezelfde valkuil bestaat, meer nemen dan nodig of beschikbaar is, is de aanwijzing dus: Neem slechts dat wat je (écht) nodig hebt. Niet meer, maar ook niet minder.

Helpen van de 2e orde | Bert Hellinger

Helpen is iets wat soms passend is, maar soms ook niet. In de zorg is het (nieuwe) adagium daarom “Vraaggericht helpen” en “Regie bij de Bewoner”. Dat lijkt allemaal heel erg mooi en heel erg logisch, maar het is tegelijkertijd 0 zo moeilijk om niet in beweging te komen als er geen vraag is. Het is een enorme valkuil om de (nog) niet gestelde vraag in te vullen. Hij of zij zal wel hier of daar behoefte aan hebben.

Bert Hellinger geeft daarom als aanwijzing om respect te hebben voor de omstandigheden. Deze geven als de beste aan wat passend, nodig en wenselijk is. Vervolgens kom je als helpen pas in actie – wordt je pas actief – als dat passend is in de omstandigheden.

Helpen van de 3e orde | Bert Hellinger

De derde en laatste valkuil is misschien wel de grootste, de diepste, en de meest verborgene. Het is daarmee wellicht ook de lastigste. Deze valkuil gaat over Ordening. Over je (eigen) plaats innemen. Als Helper én als Hulpvrager.

Hoe makkelijk is het niet om je in de relatie tot de ander groter of kleiner te maken. Je boven of onder hem of haar te positioneren. De rol van ouder of kind in te nemen. Terwijl de werkelijkheid aangeeft dat er slechts sprake is van twee volwassenen die ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd. De een in de rol van hulpverlener, verpleger, verzorger of begeleider. De ander als bewoner, cliënt of patiënt. Maar eerst en vooral als volwassen persoon.

Werkelijk hulp geven vraagt van de hulpvrager net zoveel als van de hulpgever. Namelijk dat hij of zij dat vraagt wat nodig is, wat passend is bij de omstandigheden. Als hulpvrager heb je géén ouder nodig. Je hebt hulp nodig.

Ik wens mijzelf veel succes bij het ontwijken van deze valkuilen.

Im Osten nichts Neues…

Tijdens onze vakantie dit jaar hebben we ook 3 dagen doorgebracht “Auf Rügen”.

Rügen is het grootste eiland van Duitsland. Het ligt in de Oostzee en behoort tot de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren. De “toegangspoort” tot het eiland Rügen is de Hanzestad Stralsund. Het eiland, dat door de Rügendamm en de Strelasundbrug over de 2 km brede Strelasund met het vasteland is verbonden, heeft een maximale lengte van 52 km (van zuid naar noord) en een maximale breedte van 41 km in het zuiden. Het eiland meet 926 km² en telt 73.000 inwoners (2001). De kust is erg grillig door de vele bochten (Bodden of Wieken) en de vooruitspringende schiereilanden en landtongen.

Tot zover – met dank aan Wikipedia – het “technische” verhaal over Rügen. Of toch nog één dingetje. Rügen is gelegen in voormalig Oost-Duitsland. En al na ongeveer een uur “auf Rügen” blijkt dat toch niet zomaar “een dingetje” te zijn. Deze blog gaat over vasthouden en loslaten. En het gaat over erkennen en ontkennen. Over wat is en wat geweest is.

Frau Jakobsen

We checken in in ons appartement voor 3 dagen, in Gnies. Een redelijk modern huis, waarvan de eigenaren een deel tot vakantieappartementen hebben omgebouwd. Een van die appartementen is permanent verhuurd aan Frau Jakobsen. We raken met haar in gesprek. Frau Jakobsen is achter in de tachtig, denk ik.

“Nee, ik ben hier niet geboren. Ik kom uit Berlijn.” Haar ogen stralen, maar snel daarna zijn ze weer dof en somber. “Mijn ouders komen van Rügen.” Het “W-woord” valt. “Voor de Wende was mijn vader hier Burgemeester. Mijn beide ouders zijn nu dood. Ik heb de laatste jaren voor ze gezorgd.” Ze valt stil. “Nu woon ik hier. Ik heb hier niets. Er gebeurt hier niets. Ik ben hier niet thuis. Maar Ik kan hier ook niet weg.”

Ze zegt het niet, maar in alles klinkt het “vroeger was het beter” door. Vroeger, voor de Wende, dat Frau Jakobsen status. Vroeger was ze de dochter van de Burgemeester. Vroeger was ze lid van de Partij. Met de Wende is ze alles kwijt geraakt…

Frau Jakobsen is niet gelukkig. Frau Jakobsen was gelukkig.

Prora

Duitsland heeft als groot land maar een heel kleine kust. Badplaatsen liggen aan de Oostzee. Het grootste deel van de Oostzee grenst aan voormalig Oost-Duitsland. Tussen de eerste en tweede wereldoorlog hielden de Duitsers hun vakanties aan de Oostzee. En dan vooral “Auf Rügen”. Een van de badplaatsen is Prora.

Prora is een plaatsje op het Duitse eiland Rügen aan de baai Prorer Wiek, tussen Sassnitz en Binz onder het bestuur van Binz. Het is ook de naam van een omstreden nazi-bouwproject uit de jaren ‘30 van de twintigste eeuw, dat sinds 1994 beschermd wordt als herdenkingsmonument.

In Prora werd vanaf 1936, in de nazitijd, een gigantisch badhotel gebouwd van 4,5 kilometer lang, voor het Kraft durch Freude-project. De opdracht voor de bouw werd in 1935 gegeven door Adolf Hitler zelf. In het badhotel van Kraft durch Freude moesten twintigduizend vakantiegangers uit de arbeidersklasse zich kunnen ontspannen.

Een muur van 4,5 kilometer…

Het hotel is nooit als zodanig in gebruik genomen. Wel is het gebruikt als plaats voor krijgsgevangen genomen Russische soldaten. Na de tweede wereldoorlog is het een opleidings-school geweest voor de Oost-Duitse politie.

Vanaf het eerste moment dat we er rondlopen valt de beklemming over ons heen. Het is één grote muur, met om de paar honderd meter een kleine doorgang naar het strand. Je ziet de tralies voor de ramen, je ziet de kogelgaten. Je ziet ook het megalomane karakter van de nazibouwwerken.

Het gebouw staat er nog steeds. Een klein deel wordt gebruikt als monument en museum ter nagedachtenis aan de nazitijd. Verreweg het grootste deel van het voormalige badhotel wordt omgebouwd tot hypermoderne appartementen. Op de reclameborden die aan de muren hangen valt te lezen dat men het gebouw zodanig wil verbouwen dat vrijwel niets meer herinnerd aan de nazitijd, aan de oorspronkelijke doelstelling van het gebouw.

De beklemming is er nog steeds. En is voelbaar. Het beklemmende is vooral de ontkenning van wat geweest is.