Over een gracht, achter Plexiglas…

Vrijwel alle verpleeghuizen zijn, als gevolg van de corona-crisis, gesloten voor bezoek. Zowel de bewoners als de bezoekers hebben hiermee te dealen. En dat is lang niet altijd eenvoudig. Ook de medewerkers in de verpleeghuizen, of ze nu werkzaam zijn in de zorg, zorgen voor de inwendige mens, of bezig zijn met de hygiëne in het huis, voor vrijwel allemaal is het ontbreken van het zo broodnodige bezoek en contact hartverscheurend.

In veel verpleeghuizen bestaat ook de mogelijkheid om toch enige vorm van ontmoeting te organiseren. Zo zie ik in de tuin die grenst aan het verpleeghuis waar ik werk, bewoners en bezoekers, binnen de corona-grenzen, hun creativiteit de vrije loop laten. Aan de ene kant grenst de tuin aan het huis, aan de andere kant is er een gracht – ik schat zo’n meter of 7 breed – waar zwanen met lelijke eendjes, ganzen met jongen, waterhoentjes met kleine donzen kuikens en ook een echtpaar futen met jongen op de rug voorbij komen. In de hoek van de tuin, waar de gracht een bocht maakt is aan de tuinkant een klein grasveldje, terwijl aan de andere kant van het water het grasveldje in spiegelbeeld bestaat. Aan de ene kant zit een bewoner in een scootmobiel onder een net zo mobiele parasol. Aan de andere kant van het water vrienden, familie, kinderen en kleinkinderen.

En zo kan door bezoekers en bewoners toch een mooie ontmoeting worden georganiseerd. Een ontmoeting die recht doet aan het gevoel van en de behoefte aan nabijheid én veiligheid.

Een andere vorm is die van de door-plexiglas-verdeelde-container. Aan de ene kant is ruimte voor twee bezoekers. Aan de andere kant evenveel ruimte voor een bewoner en een begeleider. Een babyfoon-achtige constructie zorgt ervoor dat de deelnemers aan de ontmoeting elkaar niet alleen kunnen zien, maar ook kunnen horen. In veel gevallen werkt het prima, ook al is het natuurlijk verre van ideaal. The best one can get in tijden van corona…

Donderdag was ik de begeleider. Tien minuten voor de afgesproken tijd zorg ik dat mijn bewoner van zijn plek af en in een transfer-rolstoel terecht komt, kam ik nog even zijn haren en gaan we samen op weg naar de lift. Een paar verdiepingen later en lager, op de begane grond, lopen en rijden we samen naar buiten in de richting van de container. In de (relatieve) verte zien we de zoon en dochter van mijn bewoner staan. Zij zien en zwaaien naar ons. En er wordt terug gezwaaid. Fijn dat er wederzijdse herkenning is.

Dan scheiden onze wegen. Bij de container aangekomen gaan wij rechtsaf, terwijl de zoon en dochter linksaf gaan. Ieder gaat bij de container aan zijn eigen kant naar binnen. We testen de techniek even, en ja, alles werkt naar behoren. Ik trek mij terug en probeer zo min mogelijk onderdeel te zijn van de ontmoeting tussen vader, zoon en dochter. Want, hij is niet van en voor mij, ik ben van en voor hem…

En dan gebeurt er iets wonderlijks…

Van het ene op het andere moment is er geen contact meer. Mijn bewoner lijkt niets meer te horen. Hij is niet doof, er is gewoon geen geluid. Hij lijkt ook niets meer te zien. En niet omdat hij blind is. Alsof hij niet verder kan kijken dan het plexiglas. Alsof hij niet verder kan horen dan de ruimte waarin we ons bevinden. Alsof de wereld aan de andere kant van het plexiglas niet (meer) bestaat. Het geluid dat via de microfoon aan de ene kant en de luidspreker aan de andere kant voor mij prima te horen is, lijkt niet meer aan te komen. De ruimte aan de andere kant van het plexiglas, waarin de zoon en dochter voor mij prima zichtbaar zijn, lijkt voor de vader niet meer te bestaan.

De vader roept, op een manier die ik herken uit zijn en ons gezamenlijk dagelijks leven “Gel gidelim…” Laten we gaan. Een uitspraak die hij vaker doet als hij wil gaan wandelen. Hij staat op en zoekt zijn rollator…

We verbazen ons over de situatie. Dat wil zeggen: de zoon, de dochter en de begeleider verbazen zich. Voor de vader is er geen verbazing. Hij geeft niet het gevoel dat hij iets mist, dat hij iets kwijt is. Het is wat het is. Voor hem. Hoe kan je iets missen wat niet bestaat? Het gemis zit bij de anderen. Bij ons. Bij mij…

Zoon, dochter en begeleider gaan met elkaar in overleg. We besluiten om, buiten de container, samen een klein wandelingetje te maken. Ik ga met de vader aan mijn kant uit de container. De zoon en dochter gaan aan hun kant uit de container. Buiten ontmoeten we elkaar weer. En van het ene op het andere moment is de ontmoeting er weer. Vol trots zegt de vader tegen mij, terwijl hij wijst, “dat is mijn zoon!” En daarna, terwijl hij weer wijst, “dat is mijn dochter!”

Hij is blij. Hij begint, in het Turks, een gedicht voor te dragen. De zoon en dochter schieten vol. Ze vertellen me dat het een gedicht is van de herders in het buitengebied van Ankara. “Papa sprak al jaren alleen nog maar met losse woorden. Geen hele zinnen meer.

En nu was er een heel gedicht. Een heel gedicht over waar hij vandaan kwam. Turkije, in de buurt van Ankara. En wat hij was.

Een schaapherder.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.