Ongemakkelijk…

Meestal dient een onderwerp om over te bloggen zich duidelijk aan, en is dat onderwerp “ruim” genoeg om een hele blog aan te wijden. Nu dienen zich twee onderwerpen aan waarvan ik de behoefte voel om daar vandaag over bloggen. Gevolg: Het worden twee korte overwegingen. Wellicht dat in de toekomst ze beiden (of een van beiden, dat kan natuurlijk ook) uitgroeien tot een volledige en volwaardige blog. Wie zal het zeggen…

Het grote (Ver)Oordelen…

Al geruime tijd hebben we last van corona, en alles wat daarbij hoort. Alles, of althans veel, waarvan we dachten dat normaal was staat op losse schroeven. We worden opgeroepen om anderhalve meter afstand te houden. Om indien het niet nodig is om naar buiten te gaan thuis te blijven. We worden gevraagd om in de elleboogplooi te hoesten. Om niet samen boodschappen te doen. En dat gaat ons allemaal redelijk goed af. Ook al is het prettiger om wel samen te zijn, om te leven zonder beperkingen, we rooien het samen behoorlijk goed. Dat vinden we niet alleen zelf, dat vinden óók de veiligheidsregio’s, de minister-president, het RIVM, en op Koningsdag vindt ook de Koning dat!

Blijkbaar hebben we behoefte aan een beoordeling en een oordeel. Een van de prinsessen zegt over haar vader en moeder, over de Koning en de Koningin dat het goede ouders zijn. Het bestaan van het oordeel stellen we op prijs. Zouden we ook kunnen leven als het antwoord van de prinses uit zou blijven?

Als ik ’s ochtends op de fiets stap om naar het verpleegtehuis te gaan, dan is het over het algemeen nog rustig op straat. De meeste mensen zijn dan nog bezig met andere dingen en doen dat gewoon thuis. Als ik 8 uur later wéér op de fiets stap en naar huis ga, dan is het, ook over het algemeen, een stuk drukker op straat. En in de twee parken waar mijn route huiswaarts daarheen loopt kom ik kleine groepjes mensen tegen, die samen een wandeling maken, samen hardlopen, samen in het gras zitten, samen op een bankje een (goed) gesprek voeren, die gewoon samen zijn.

En dan gebeurt er iets raars in mijn hoofd. En ik ben daar geloof ik niet heel erg blij mee…

Ik begin te oordelen. Ik begin een oordeel te vellen over al die andere mensen die ik tegen kom. Ze zijn te dicht bij elkaar, ze zijn met teveel, ze houden zich niet aan de regels, ze zijn onnodig buiten enzovoorts. De Corona-Politie doet zijn intrede in mijn hoofd.

Blijkbaar vind ik dat ik het recht heb om de ander te beoordelen en te veroordelen. Dat doet zich overigens niet alleen op straat voor, ook als ik het nieuws volg, af en toe een talkshow bekijk, een bijdrage op Facebook of LinkedIn lees, dan merk ik diezelfde nijging op. Ik weet het beter. En dat is nog een vrij onschuldige variant, want soms gaat dat beter weten ook gepaard met boosheid en krachttermen.

Ik weet ook heel goed dat ik het helemaal niet beter weet. Ik weet heel goed dat het mijzelf beter, groter, sterker maken dan dat ik in werkelijkheid ben, een veelvoorkomend patroon is, en dat ik daar helemaal niet uniek in ben. En ik weet ook dat het patroon twee varianten kent: [1] Ik plaats mijzelf boven de ander en [2] er is een vacuüm waar ik in wordt gezogen. In het eerste geval ben ik degene die de actie onderneemt, maak ik bij groter, beter, sterker. In het tweede geval laat ik me door de situatie op een plaats zetten. Maar ook dan laat ik toe dat ik word ingezogen in het vacuüm. In beide gevallen weet ik het beter, ben ik groter of sterker. Maar ook in beide gevallen is het maar helemaal de vraag of dat werkelijk zo is.

Het blijft ongemakkelijk…

Gewoon doodgaan van ouderdom is ongemakkelijk…

Als je ergens aan begint weet je ook een ding zeker. Je zult er ook een keer mee ophouden. Als je geboren wordt, en het leven een aanvang neemt, weet je ook zeker dat het leven een keer zal eindigen, dat je dood zult gaan. Niets is voor eeuwig.

Het is voor velen van ons, en dus ook voor mij, lang niet altijd eenvoudig om te dealen met de eindigheid van dingen die we graag voor eeuwig bij ons zouden willen hebben en houden. Nu al weer zeven jaar geleden overleed mijn vader en en ontdekte ik dat dat niet hoorde. Bij de buren gaan mensen dood, maar niet mijn vader. Die heeft het eeuwige leven. Dat is natuurlijk niet zo, maar dat is wél zoals ik dacht.

Met mijn vrouw heb ik de afgelopen regelmatig gesproken over dit thema. Omdat nu, in tijden van corona, de dood wat dichterbij lijkt te zijn dan onder normale omstandigheden. Ze reikte mij een bijzonder boeiend artikel aan: Een verwacht overlijden op hoge leeftijd of een coronadode? door Dr. E. Kompanje. Een reden om er nog eens over na te denken. Een reden om dit deel van de blog te schrijven…

In het verpleeghuis waar ik werk wonen mensen die zich én in de laatste fase van hun leven bevinden, én die door allerlei oorzaken een wat zwakkere gezondheid hebben. Dat komt negen van de tien keer gewoon omdat ze oud zijn. De gemiddelde leeftijd van de dames en heren waar ik mee te maken heb ligt ruim boven de 80 jaar. En het logische gevolg hiervan is dat er binnen die groep wat meer dan gemiddeld mensen overlijden. Such is life…

Maar het lijkt ook dat we maar moeilijk kunnen omgaan met die natuurlijke eindigheid van het leven. En als ik we schrijf dan is dat natuurlijk inclusief mijzelf. Want niets menselijks is mij vreemd. Gewoon doodgaan van ouderdom is niet goed genoeg meer. Daar hebben we geen vrede mee. En dus gaan we dood aan een longontsteking, aan een griep, aan hartfalen. Aan een virus. Aan corona.

Natuurlijk is het het voor de nabestaanden van al die mensen die nu overlijden aan de gevolgen van corona naar. Maar het zijn wél de mensen die qua leeftijd aan de beurt zijn om te overlijden. Gemiddeld worden we zo’n jaar of 80. En de mensen die nu aan corona overlijden zouden waarschijnlijk nu ook of anders overlijden aan een longontsteking, aan een griep, een verkoudheid, aan hartfalen. Ze overlijden aan de gevolgen van ouderdom.

Mijn schoonvader is iemand die, zoals mijn vrouw het laatst noemde het eeuwige leven heeft, maar nu naar alle waarschijnlijkheid toch en binnen afzienbare tijd zal overlijden. Hij voldoet aan alle criteria. Hij leeft al zo’n jaar of tien in blessuretijd en heeft heeft een zwakke gesteldheid. Hij heeft een paar dagen in het ziekenhuis gelegen. Zonder corona, maar mét een longontsteking. Zijn hart is niet meer je van het. En het geheel is te zwak om er nog iets aan te doen. Het is nog een kwestie van tijd voordat hij het tijdelijke met het eeuwige zal verwisselen. En dus is hij in het ziekenhuis niet meer op zijn plaats en is nu thuis. De palliatieve fase is ingegaan. Een fase waarin de thuiszorg om hem heen een super prestatie levert, om de laatste fase zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn vrouw, voor zijn kinderen, kleinkinderen en voor de schoonfamilie. Als het straks zo ver is niet minder verdrietig voor zijn vrouw, voor kinderen en kleinkinderen. En ook ik zal hem straks missen. Maar het eindresultaat is duidelijk. Nu al.

Wat straks rest is de herinnering aan zijn leven. En aan de vraag waarom het toch zo moeilijk is voor ons om iemand gewoon dood te laten gaan. Om dood gaan toe te staan. Om de dood binnen te laten.

Omdat hij gewoon oud is. En omdat het nu de tijd is.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

“Liefde in tijden van Corona”…

In het verpleeghuis waar ik werk “lever” ik Meerzorg voor een aantal bewoners met een psychogeriatrische indicatie waarvoor de reguliere zorg nét niet dat kan bieden wat nodig is. Stuk voor stuk zijn het bijzondere mensen die zich in de laatste fase van hun leven bevinden. Stuk voor stuk hebben ze ook allemaal een verschillend leven meegemaakt, waardoor het stuk voor stuk unieke personen zijn met unieke persoonlijkheden. Maar stuk voor stuk zijn ze ook herkenbaar in elkaar en is het mogelijk om de een te kennen en herkennen in de ander.

Onder “normale” omstandigheden begin ik iedere dag dat ik er voor deze bewoners ben, nog voordat ik aanwezig ben, met “bedding maken”. Ik probeer, op de fiets, de mentale positie in te nemen waarin ik de bereidheid heb om samen met de ander op te trekken gedurende welke reis dan ook, zonder oordeel over de ander, zonder het gevoel te geven ongeschikt te zijn, zonder te willen verbeteren, of zonder de uitkomst te willen beïnvloeden. Onder “normale” omstandigheden probeer ik hem of haar het gevoel te geven welkom te zijn, erbij te kunnen en mogen horen. Nabijheid en aanraking is dan iets wat op prijs wordt gesteld én wat werkt.

Onder “niet-normale” omstandigheden is die nabijheid niet eenvoudig te bieden. Onder “niet-normale” omstandigheden reist dan vrijwel direct de vraag op hoe je, met een tussenruimte van anderhalve meter, nabij kunt zijn. Hoe je de nabijheid kunt bieden aan iemand waarvoor het onder “normale” omstandigheden al moeilijk te bevatten is wat er werkelijk – in de wereld – aan de hand is. Het er niet over hebben werkt niet, want deze mensen hebben dondersgoed in de gaten dat er vandaag iets veranderd is. Al de mensen die onder “normale” omstandigheden langskomen, partners, kinderen, mantelzorgers, als die mensen komen nu niet. En daarmee hebben ze dondersgoed in de gaten dat de omstandigheden “niet-normaal” zijn.

Vanochtend heb hiermee drie keer geëxperimenteerd.

Ik heb geprobeerd niets achter te houden, en “gewoon” te vertellen dat de omstandigheden van vandaag “niet-normaal” zijn. En, hoe wonderlijk dat ook lijkt, die boodschap werd begrepen. Iets achterhouden was niet nodig. Wat bleek te werken was een houding waarin zonder terughoudendheid kon worden gegeven en genomen. “Gewoon” te vertellen over corona, over de gevolgen, en over de maatregelen. Door niet het cognitieve deel aan te spreken en te vragen of ze dat konden begrijpen, maar het te laten voor wat het is. Door begrip en verdriet toe te laten.

Drie keer werd het daarna stil. Bij mij, en bij Herman, Adriaan en Johanna. Stuk voor stuk ten minste 25 jaar ouder dan ik ben. Stuk voor stuk mensen die iets hebben meegemaakt wat ik niet ken. Stuk voor stuk mensen die, na een minuut of twee, de ogen konden openen en mij konden vertellen wat er aan de hand was.

Desperate times ask for desperate measures…”

Stuk voor stuk mensen die aan mij duidelijk kunnen maken dat de maatregelen die genomen zijn “normale” maatregelen zijn, die horen bij dat wat er nú is. Die mij duidelijk kunnen maken dat, als we dat kunnen toelaten, de omstandigheden ook “normaal” kunnen zijn. Die mij duidelijk kunnen maken dat de omstandigheden “niet-normaal” noemen, misschien wel de grootste ontkenning is. Het ontkennen en daarmee niet toelaten van dat wat er is. Zolang we corona, en alles wat daarbij hoort, bestempelen als “niet-normaal”, zolang ontkennen we haar ook. En zolang we haar ontkennen, zolang zal ze ook blijven bestaan, en via de achterdeur steeds weer terugkomen.

Op de fiets terug naar huis bedacht ik me dat ik, lang geleden, een prachtig boek had gelezen. En dat ik de behoefte voelde om het te herlezen. “Liefde in tijden van Cholera” van Gabriël Garcia Marquez. Een roman dat het verhaal vertelt van een man die eenenvijftig jaar, negen maanden en vier dagen wacht om bij de vrouw te zijn van wie hij houdt…

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen