De Aftiteling…

In de kamer zitten 5 mensen. Ze houden allemaal afstand tot elkaar, omdat de tijden van vandaag dat nou eenmaal van ons vragen. Maar ondanks de afstand lijkt het wel of we nog nooit zo dicht bij elkaar zijn geweest. Alsof we naar een film zitten te kijken waarin we ook zelf meespelen. Een verfilming van een boek…

De Titel

Vroeger las ik ze, als kleine jongen. De Vijf en… van Enid Blighton. En wat ik me ervan herinner is dat de vijf vrienden, door heel goed samen te werken, de meest fantastische avonturen meemaakten. De kracht van hun samenwerking was erin gelegen dat ze ieder hun eigen kwaliteit in brachten en die van de anderen ook toelieten. Ze gingen allemaal op hun eigen plaats staan, zonder de plaats van een ander in te nemen.

De Cast

Er zijn vijf spelers. en het zijn ook allemaal hoofdrolspelers. Ze hebben ook allemaal dubbelrollen. Zo is de vader ook echtgenoot. Is de moeder ook echtgenote. Zijn ze beiden ook grootvader en grootmoeder. Ze zijn ook zoon en dochter. Oom en tante. Neef en nicht. De dochter is ook zus, nicht, echtgenote en grootmoeder. De schoonzoon is zelf ook vader en grootvader, broer, en daarnaast natuurlijk ook echtgenoot. Van de verpleegkundige weet ik het niet in detail, maar hij heeft tenminste ook de rol van zoon en collega.

Vijf spelers die allemaal zich zelf meenemen in het spel, maar ook hun achtergrond. De familie waar ze vandaan komen en waar ze bij horen. De grond onder hun voeten waar hun wieg heeft gestaan en waar ze zijn opgegroeid, tot wasdom zijn gekomen. De ervaringen die ze hebben opgedaan, wat ze bewust of onbewust is overkomen, wat voor de krassen op de ziel heeft gezorgd. Wat ze heeft getekend voor het leven. Wat ze heeft gemaakt tot wat ze zijn. Dat allemaal nemen ze mee in het spel..

De vader is ook patiënt in de laatste fase van zijn leven. Geen of slechts beperkte behandeling meer, alleen nog palliatieve zorg. Alle spelers, in al hun rollen zijn zich er van bewust dat er geen sequel meer zal worden opgenomen waarin ze alle vijf een rol spelen. Ook de moeder is patiënt, alhoewel dat nog wat moeilijker te erkennen is. Waar bij de vader het leven vertrekt, vertrekt bij de moeder het bewustzijn, langzaam maar zeker. En dan realiseer ik me dat Het aanstaande vertrek ook een van de spelers is.

Overigens zijn er ook nog andere spelers, maar die zijn niet fysiek aanwezig in deze film. Ze spelen echter natuurlijk wel degelijk hun rol, nu iets meer op de achtergrond, mee. In deze aflevering…

Scene 1: Wat vooraf gaat

De ademhaling van de vader klinkt reutelend. Duidelijk is dat het hem niet makkelijk afgaat. Er is veel vocht dat hem in de weg zit, maar dat door de staat van het lichaam en de al bestaande medicatie niet meer te verminderen is.

Over een week staat de diamanten bruiloft op de agenda. Een hoogtepunt wat voor de vader heel belangrijk is, en waarvan de viering extreem beïnvloed wordt door de lichamelijke gezondheid van de vader, de geestelijke gezondheid van de moeder, en de sociale gezondheid van de wereld. Alles wat gewild werd, is door de omstandigheden niet of slechts zeer beperkt mogelijk.

In de dagen voorafgaand aan de scene wordt de vraag gesteld of, in afwijking van de palliatieve zorg, toch nog gekeken zou moeten en kunnen worden naar behandeling. Duidelijk is dat eventuele behandeling, als die al mogelijk en zinvol is, slechts een tijdelijk resultaat zal hebben. Na verloop van tijd zal de benauwdheid en het vocht weer toenemen. Tot dat het uiteindelijk klaar is.

De vader kan die vraag niet meer beantwoorden. Wellicht kon hij dat nooit, maar nu zeker niet. Hij legt bijna letterlijk zijn leven in de handen van de verpleegkundigen en van zijn kinderen. Jullie weten het. Zeggen jullie het maar. Voor iedereen lijkt het ook duidelijk dat alleen hijzelf die vraag kan beantwoorden.

Scene 2: Wat zich aandient

Zaterdagmiddag zitten de vijf bij elkaar. En de vraag wordt nogmaals gesteld. Wat zou je willen? Wat we hopen, verwachten, nodig hebben, is een zwart-wit antwoord. Ja, ga maar behandelen. Of nee, het is wel goed zo. Maar dat antwoord komt er niet. Er komt een wedervraag. Waarom? Wat maakt dat het is zoals het is? En die hadden we niet zien aankomen.

De camera maakt een ronde langs de gezichten van alle vijf spelers. De emotie is te zien en te voelen. Maar hij is ook wel verschillend. Bij de vader, de moeder en de dochter is er het leven dat ze met elkaar verbindt. Het is warm. De schoonzoon en de verpleegkundige staan iets meer op afstand. Ook al is de genegenheid groot, het is wel koud. En dat geeft ze ook de ruimte om iets anders te doen.

Scene 3: Wat zich voordoet

Het gesprek ontbrandt. Het vuur wordt de vader na aan de schenen gelegd. De verpleegkundige en de schoonzoon voelen zonder woorden uit te wisselen dat dit hét moment is om door te duwen. Om liefdevol meedogenloos de vader te helpen de voorliggende vraag verder te onderzoeken. Het is balanceren op het scherpst van de snede. Het is steeds blijven weten, voelen en toezien dat werkelijke vragen worden gesteld en niet de eigen ideeën worden uitgesproken.

De schoonzoon begint vragen te stellen. De grenzen op te zoeken. De verpleegkundige luistert. Hij schept de liefdevolle ruimte waarbinnen het gesprek zich kan voordoen. Dan neemt de verpleegkundige het gesprek over. Hij doet het niet over, niet opnieuw, maar borduurt verder. Vanuit zijn eigen positie, vanuit zijn eigen professie. De schoonzoon luistert en borgt de liefdevolle ruimte voor het gesprek.

Scene 4: Wat wordt toegelaten

De onuitgesproken wisselende rolverdeling zorgt er ook voor dat de moeder en de dochter ook in de liefdevolle ruimte kunnen zijn. Uiteindelijk is het een gesprek met vijf menselijke deelnemers, en een zesde van een andere orde, het aanstaande vertrek.

Dan toont zich dat het gesprek een andere fase ingaat. De verpleegkundige gaat aan de slag met het klaarzetten van de medicatie. De schoonzoon begint de avondmaaltijd voor te bereiden. Vader, moeder en dochter blijven bij elkaar in de woonkamer achter. Er wordt gehuild. Er wordt zorg gedeeld. Er wordt liefde uitgesproken. Er wordt vastgehouden. Er wordt losgelaten.

Er wordt toegelaten. Er wordt omarmd.

De Aftiteling

Voorafgaand aan het nabije einde is er nog iets dat voor en aan de wereld getoond wil worden. Wat nog gedaan moet worden staat in dat teken. Het is aangenaam om in de liefdevolle ruimte te zijn. Er kan misschien nog meer gedeeld worden. Als het de tijd gegeven is.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen

Ongemakkelijk…

Meestal dient een onderwerp om over te bloggen zich duidelijk aan, en is dat onderwerp “ruim” genoeg om een hele blog aan te wijden. Nu dienen zich twee onderwerpen aan waarvan ik de behoefte voel om daar vandaag over bloggen. Gevolg: Het worden twee korte overwegingen. Wellicht dat in de toekomst ze beiden (of een van beiden, dat kan natuurlijk ook) uitgroeien tot een volledige en volwaardige blog. Wie zal het zeggen…

Het grote (Ver)Oordelen…

Al geruime tijd hebben we last van corona, en alles wat daarbij hoort. Alles, of althans veel, waarvan we dachten dat normaal was staat op losse schroeven. We worden opgeroepen om anderhalve meter afstand te houden. Om indien het niet nodig is om naar buiten te gaan thuis te blijven. We worden gevraagd om in de elleboogplooi te hoesten. Om niet samen boodschappen te doen. En dat gaat ons allemaal redelijk goed af. Ook al is het prettiger om wel samen te zijn, om te leven zonder beperkingen, we rooien het samen behoorlijk goed. Dat vinden we niet alleen zelf, dat vinden óók de veiligheidsregio’s, de minister-president, het RIVM, en op Koningsdag vindt ook de Koning dat!

Blijkbaar hebben we behoefte aan een beoordeling en een oordeel. Een van de prinsessen zegt over haar vader en moeder, over de Koning en de Koningin dat het goede ouders zijn. Het bestaan van het oordeel stellen we op prijs. Zouden we ook kunnen leven als het antwoord van de prinses uit zou blijven?

Als ik ’s ochtends op de fiets stap om naar het verpleegtehuis te gaan, dan is het over het algemeen nog rustig op straat. De meeste mensen zijn dan nog bezig met andere dingen en doen dat gewoon thuis. Als ik 8 uur later wéér op de fiets stap en naar huis ga, dan is het, ook over het algemeen, een stuk drukker op straat. En in de twee parken waar mijn route huiswaarts daarheen loopt kom ik kleine groepjes mensen tegen, die samen een wandeling maken, samen hardlopen, samen in het gras zitten, samen op een bankje een (goed) gesprek voeren, die gewoon samen zijn.

En dan gebeurt er iets raars in mijn hoofd. En ik ben daar geloof ik niet heel erg blij mee…

Ik begin te oordelen. Ik begin een oordeel te vellen over al die andere mensen die ik tegen kom. Ze zijn te dicht bij elkaar, ze zijn met teveel, ze houden zich niet aan de regels, ze zijn onnodig buiten enzovoorts. De Corona-Politie doet zijn intrede in mijn hoofd.

Blijkbaar vind ik dat ik het recht heb om de ander te beoordelen en te veroordelen. Dat doet zich overigens niet alleen op straat voor, ook als ik het nieuws volg, af en toe een talkshow bekijk, een bijdrage op Facebook of LinkedIn lees, dan merk ik diezelfde nijging op. Ik weet het beter. En dat is nog een vrij onschuldige variant, want soms gaat dat beter weten ook gepaard met boosheid en krachttermen.

Ik weet ook heel goed dat ik het helemaal niet beter weet. Ik weet heel goed dat het mijzelf beter, groter, sterker maken dan dat ik in werkelijkheid ben, een veelvoorkomend patroon is, en dat ik daar helemaal niet uniek in ben. En ik weet ook dat het patroon twee varianten kent: [1] Ik plaats mijzelf boven de ander en [2] er is een vacuüm waar ik in wordt gezogen. In het eerste geval ben ik degene die de actie onderneemt, maak ik bij groter, beter, sterker. In het tweede geval laat ik me door de situatie op een plaats zetten. Maar ook dan laat ik toe dat ik word ingezogen in het vacuüm. In beide gevallen weet ik het beter, ben ik groter of sterker. Maar ook in beide gevallen is het maar helemaal de vraag of dat werkelijk zo is.

Het blijft ongemakkelijk…

Gewoon doodgaan van ouderdom is ongemakkelijk…

Als je ergens aan begint weet je ook een ding zeker. Je zult er ook een keer mee ophouden. Als je geboren wordt, en het leven een aanvang neemt, weet je ook zeker dat het leven een keer zal eindigen, dat je dood zult gaan. Niets is voor eeuwig.

Het is voor velen van ons, en dus ook voor mij, lang niet altijd eenvoudig om te dealen met de eindigheid van dingen die we graag voor eeuwig bij ons zouden willen hebben en houden. Nu al weer zeven jaar geleden overleed mijn vader en en ontdekte ik dat dat niet hoorde. Bij de buren gaan mensen dood, maar niet mijn vader. Die heeft het eeuwige leven. Dat is natuurlijk niet zo, maar dat is wél zoals ik dacht.

Met mijn vrouw heb ik de afgelopen regelmatig gesproken over dit thema. Omdat nu, in tijden van corona, de dood wat dichterbij lijkt te zijn dan onder normale omstandigheden. Ze reikte mij een bijzonder boeiend artikel aan: Een verwacht overlijden op hoge leeftijd of een coronadode? door Dr. E. Kompanje. Een reden om er nog eens over na te denken. Een reden om dit deel van de blog te schrijven…

In het verpleeghuis waar ik werk wonen mensen die zich én in de laatste fase van hun leven bevinden, én die door allerlei oorzaken een wat zwakkere gezondheid hebben. Dat komt negen van de tien keer gewoon omdat ze oud zijn. De gemiddelde leeftijd van de dames en heren waar ik mee te maken heb ligt ruim boven de 80 jaar. En het logische gevolg hiervan is dat er binnen die groep wat meer dan gemiddeld mensen overlijden. Such is life…

Maar het lijkt ook dat we maar moeilijk kunnen omgaan met die natuurlijke eindigheid van het leven. En als ik we schrijf dan is dat natuurlijk inclusief mijzelf. Want niets menselijks is mij vreemd. Gewoon doodgaan van ouderdom is niet goed genoeg meer. Daar hebben we geen vrede mee. En dus gaan we dood aan een longontsteking, aan een griep, aan hartfalen. Aan een virus. Aan corona.

Natuurlijk is het het voor de nabestaanden van al die mensen die nu overlijden aan de gevolgen van corona naar. Maar het zijn wél de mensen die qua leeftijd aan de beurt zijn om te overlijden. Gemiddeld worden we zo’n jaar of 80. En de mensen die nu aan corona overlijden zouden waarschijnlijk nu ook of anders overlijden aan een longontsteking, aan een griep, een verkoudheid, aan hartfalen. Ze overlijden aan de gevolgen van ouderdom.

Mijn schoonvader is iemand die, zoals mijn vrouw het laatst noemde het eeuwige leven heeft, maar nu naar alle waarschijnlijkheid toch en binnen afzienbare tijd zal overlijden. Hij voldoet aan alle criteria. Hij leeft al zo’n jaar of tien in blessuretijd en heeft heeft een zwakke gesteldheid. Hij heeft een paar dagen in het ziekenhuis gelegen. Zonder corona, maar mét een longontsteking. Zijn hart is niet meer je van het. En het geheel is te zwak om er nog iets aan te doen. Het is nog een kwestie van tijd voordat hij het tijdelijke met het eeuwige zal verwisselen. En dus is hij in het ziekenhuis niet meer op zijn plaats en is nu thuis. De palliatieve fase is ingegaan. Een fase waarin de thuiszorg om hem heen een super prestatie levert, om de laatste fase zo aangenaam mogelijk te laten zijn. Niet alleen voor hem, maar ook voor zijn vrouw, voor zijn kinderen, kleinkinderen en voor de schoonfamilie. Als het straks zo ver is niet minder verdrietig voor zijn vrouw, voor kinderen en kleinkinderen. En ook ik zal hem straks missen. Maar het eindresultaat is duidelijk. Nu al.

Wat straks rest is de herinnering aan zijn leven. En aan de vraag waarom het toch zo moeilijk is voor ons om iemand gewoon dood te laten gaan. Om dood gaan toe te staan. Om de dood binnen te laten.

Omdat hij gewoon oud is. En omdat het nu de tijd is.

Rik Konincks

Zoon | Vader | Grootvader | Schoonvader | Echtgenoot

Blogger | Trainer | Coach | Master Opsteller |

Begeleider van en Zorgverlener voor ouderen