Eenvoudig is niet altijd gemakkelijk…

Een paar dagen geleden schreef ik een blog onder de titel Ongemakkelijk. Over het ongemakkelijke gevoel om plotseling overal een oordeel over te hebben, zonder dat je het in de gaten hebt – mijn vrouw noemt dat de Corona-politie – en over het ongemakkelijke gevoel dat boven komt drijven als je in de gaten krijgt dat gewoon doodgaan van ouderdom verdraaid lastig is.

Vandaag een update en een vervolg.

Overleden én corona, niet áán…

Ik ben niet zo’n heel erg familiemens. Van de uitdrukking mensen-mens word ik heel erg zenuwachtig en krijg ik jeuk. Maar als een familielid overlijdt, dan sta ook ik daar toch even bij stil. Niet omdat het moet, wel omdat het kan.

Mijn tante was een paar jaar ouder dan mijn moeder. En die is nu 90, dus reken maar uit. Ik kom tot de de conclusie dat het leven voltooid was. De laatste jaren was zij opgenomen in een verpleeghuis met de mooie en veelzeggende naam Myosotis – Vergeet mij niet. En ook al kwam ik eigenlijk nooit op bezoek, ik heb haar niet vergeten.

Mijn tante was ook mijn peettante. Ik denk dat die rol tegenwoordig niet zo heel erg vaak meer wordt toebedeeld. Net als Opa en Oma, in plaats van Grootvader en Grootmoeder, heeft Peettante (en ik schrijf het nu bewust met een hoofdletter) , iets warmbloedigs. Peettante (en natuurlijk ook Peetoom) is een geuzennaam. Die je krijgt van de ouders omdat ze je waarderen, liefhebben en omdat ze de hoop hebben dat je over de schouder mee zult kijken en bij zult staan als dat nodig is. Niet eerder dan dat. Ik vind dat een mooie positie. Een van wederzijdse eerbiediging van de plaats en de rol van de ander.

Mijn tante was natuurlijk niet zomaar in het verpleeghuis opgenomen. Tal van lichamelijke klachten, gekoppeld aan een beetje Alzheimer maakte dat het thuis niet meer ging. Mijn moeder, die nu the last (wo)man standing is, ging nog regelmatig bij haar op bezoek. Mijn zusje nam haar dan onder de arm.

Bij mijn tante, dik in de 90, werd een week geleden ook corona vastgesteld. En ja, nu is ze overleden. Ik sprak er gisteren met mijn moeder over en zij vertelde mij dat haar zus dood was gegaan aan de ouderdom. Ik reageerde bevestigend en vulde aan dat ze nu ook in de dagelijkse corona-slachtoffers zou worden meegenomen. Mijn moeder reageerde: “Ach, vast, maar ze is doodgegaan omdat ze oud was. Corona maakt het verlies niet groter of kleiner…”

Ik vond het een mooie houding.

Aan de wandel

Ik begeleid in het verpleeghuis twee bewoners die beiden een sterke loopdrang hebben. Je kunt er een hoop van zeggen, bijvoorbeeld ook dat het goed voor mijn conditie is, want ik haal hierdoor makkelijk een gemiddelde van zo’n 15.000 stappen per werkdag.

Beiden hebben een wonderlijke fixatie op eten. Is het te eten, dan gaan ze er mee vandoor. Dat is niet altijd handig, zeker als het eten ook gedeeld moet worden met andere bewoners, of als het gewoon op het bord van een ander ligt, en soms is dat ook niet altijd veilig, zeker niet als je geen belemmering ziet om een aardappel uit een pan kokend water te halen. Ik bewonder de huiskamerbegeleiders, want ze zien het risico en wonder boven wonder, het heeft zich nog niet voorgedaan.

Wat ik doe is structuur bieden aan de loopdrang. We lopen over de gangen van de afdeling, of we gaan, als het weer het toelaat, naar buiten om een frisse neus te halen, waarbij we natuurlijk de veiligheid en de anderhalve meter in de gaten houden (ik ben het vooral zelf die dat doet, omdat anderhalve meter en een ver gevorderde dementie niet een heel gelukkige combinatie is).

Tijdens een van die wandelingen merkte ik op dat het wat uit maakte hoe je de hand van de ander vasthoudt, en wie de hand vasthoud.

Het maakt wat uit of je een hand geeft of een hand neemt. Als je de hand neemt, en dat merk je bijvoorbeeld door de kracht of de stevigheid van de hand, dan neem jij de leiding. De ander moet dan volgen. Dat gaat vaak prima, maar soms ook helemaal niet. Dan leidt een genomen hand, en de genomen leiding tot paniek, tot een tegengestelde beweging. Geef je de hand, dan bied je steun, geef je vertrouwen en laat je de regie bij de ander. Ook die houding is goed te voelen. Neem je de hand, dan neem je de leiding. Geef je de hand, dan geef je steun. Een boeiende verhandeling over dit onderwerp, en over de onderliggende principes van Agens en Communio las ik hier.

Multidimensionaal

Ik ontdek steeds meer dat bewoners van een verpleeghuis, net als gewone mensen in de gewone wereld, niet één-dimensionaal zijn. We zouden dat misschien wel graag willen, want daarmee wordt de wereld een stuk eenvoudiger, maar de werkelijkheid is anders. Mensen, en zeker oudere mensen, zijn multidimensionaal. Ze hebben veel meegemaakt. En nog veel meer weten we gewoon niet. Het is echter wel van belang om me steeds te realiseren dat die meerdere dimensies er zijn.

Van een bewoner, die niet meer spreekt, weten we wel een beetje, maar niet alles. Er zijn vermoedens, maar er is geen zekerheid. En er is ook geen mogelijkheid meer om te het kunnen vragen. Jammer maar helaas. Maar de werkelijkheid, dat wat zich toont, is er altijd en daar kunnen we ook veel informatie uithalen. Van een van de bewoners weten we dat in het leven van die bewoner nooit relaties zijn geweest. Wat we vermoeden is dat er een mogelijkheid bestaat van macht en machtsmisbruik. Of dat ook seksueel geladen is, is onduidelijk.

In de eerste weken dat ik met deze bewoner aan het werk was, merkte ik op dat zij wel in slaap kon vallen als ik er niet bij was, maar dat ze dat niet kon als ik er wel bij was. In de loop van de weken verschoof dat patroon, ontstond er blijkbaar iets van veiligheid en zekerheid, waardoor de bewoner zich over kon geven en ook op de bank, naast mij, in slaap kon vallen. In die tijd ontdekte ik overigens ook het eerder beschreven verschil tussen de hand nemen en de hand geven.

En dan wordt het ongemakkelijk

Schrijven, herschrijven, aanvullen en weglaten. Omdat het ongemakkelijk voelt. Ik moet de waardering uitspreken over mijn collega’s die me laten zien hoe het ook anders kan, de bereidheid hebben om er over in gesprek te gaan, en aan mij de vrijheid kon bieden te doen wat ik moest doen. Ik realiseer me dat dit een wellicht wat cryptische omschrijving is.

Er wordt gegeten. Eerst een warme maaltijd, daarna een toetje. Aardappelen met groente en een gehaktbal. Apfelstrudel met slagroom. Iemand een maaltijd aanbieden in combinatie met loopdrang, je kunt je vast voorstellen dat dat een hele uitdaging is. Maar als je iemand de vrijheid geeft om te gaan, als je volgt, dan hoeft een warme maaltijd en loopdrang geen onoverkomelijke combinatie te zijn. Resultaat: Één leeg bord en twee blije mensen.

Daarna het toetje. Daar ging het anders. De bewoner in een stoel. De ander staand er voor. Groot versus klein. Angst. Klem gezet worden. Paniek. Onmogelijk om te ontsnappen. Er moet gegeten worden. Weg willen. Niet weg kunnen. Overgeven. Overgave.

Het geheel duurde een minuut of drie. Toen het voorbij was liep de bewoner weg. Vond een plek in alle rust. Sloot de ogen en viel in slaap. Toen het voorbij was liep ik er nog ongeveer een uur mee rond. Om daarna het gesprek aan te gaan met mijn collega.

We spraken over macht en onmacht. Over veiligheid en vrijheid. Over de ruimte om te kunnen ontsnappen. Over het onpraktische van (weg)lopende bewoners. Over gemak om maar één ding te hoeven doen. Over het verschil te werken met en voor één versus met en voor veel.

Over Agens en Communio.